Aanpak krachtwijken ontkracht!

Na de stadsvernieuwing, de sociale vernieuwing, het lokaal sociaal beleid, de stedelijke vernieuwing, het grote steden beleid, de adoptiewijken, de pechtoldwijken, het 56-wijkenprogramma, zijn we inmiddels toe aan het volgende concept, de prachtwijken, oh nee, sorry, de krachtwijken. Ieder kabinet, iedere minister zijn nieuwe speeltje, zo lijkt het wel. Weer een nieuwe ronde met subsidies, weer een nieuwe ronde met andere criteria, weer een nieuwe ronde met allemaal projecten. Een ander labeltje, en het wiel is weer opnieuw uitgevonden.

 

 

Is het niet veel beter om tot een structurele aanpak te komen met structureel geld voor gemeenten om de leefbaarheid in de stad en dus de wijken te vergroten? De achterstanden te verminderen en om de kansen voor burgers te vergroten? Wat mij betreft wel. Het gaat vaak om incidenteel geld. Gevolg is dat er projecten worden gestart, die na een jaar of een paar jaar weer moeten stoppen omdat er geen geld meer is, ook als ze succesvol zijn. Zo wordt er gehopt van projectje naar projectje.

 

 

In Leeuwarden is de wijk Heechterp/Schieringen als krachtwijk aangewezen. Natuurlijk wordt deze wijk al die speciale aandacht van harte gegund. En er moet ook het nodige gebeuren. Maar de indruk wordt gewekt dat er in wijken als Heechterp/Schieringen in het verleden alleen maar is geïnvesteerd in stenen. Tenminste als we minister Vogelaar mogen geloven. Niets is echter minder waar.

 

 

In 1994 is er een stadsvernieuwingsplan voor Heechterp vastgesteld. Vanaf 1996 is er gewerkt aan sociale beheermaatregelen, zoals de portiek- en blokgesprekken en buurtconciërge. En zo is er in het kader van het lokaal sociaal beleid (ongeveer in 2000) voor gekozen om in Heechterp met behulp van Stichting Maatwerk mensen zonder betaalde baan met een individueel traject weer aan het werk te helpen. Dus feitelijk is er nu niks nieuws onder de zon. Het probleem is er in Heechterp/Schieringen nog steeds. De problemen in de wijk zijn niet structureel opgelost. Misschien is tijd voor een andere kijk op de problematiek.

 

 

Inmiddels zijn er gelukkig ook andere geluiden te horen. Want als je miljarden gaat investeren is het misschien wel handig om van tevoren te kijken of het ook werkt. We zouden moeten kijken naar de duurzame effecten van de maatregelen in het verleden, bijvoorbeeld als het gaat om de Pechtold-miljoenen. Je kunt met dat geld een musical door wijkbewoners laten opvoeren, en dat is natuurlijk leuk voor het wij-gevoel, maar beklijft het ook?

 

 

Begin juli stelde het Sociaal Cultureel Planbureau in het rapport “Aandacht voor de wijk” dat de verloedering van wijken na sloop en nieuwbouw vooral vermindert, doordat mensen met een hoger inkomen de nieuwe woningen betrekken. Aan de andere kant verlaat een deel van de mensen met lagere inkomens na de sloop de wijk. Zij nemen hun problemen dus gewoon mee! In de statistieken lijkt het dus te helpen, want de problemen nemen gemiddeld in de wijk af. Maar of de problemen in totaliteit ook afnemen, is dus nog maar zeer de vraag.

 

 

Hoogleraar geografie aan de Universiteit Amsterdam, Sako Musterd, heeft berekend dat slechts 8% van de Nederlandse kansarmen in één van de Vogelaar-wijken woont. En dus profiteert 92% van de kansarmen niet van de miljardeninvesteringen in deze wijken. Volgens hem geeft dat te denken over de grenzen van een aanpak die zich puur richt op een geografische eenheid.

 

 

Maar wijken zijn hot! Daar moet je als politicus zijn. Waarom eigenlijk? Om de problemen daadwerkelijk op te lossen of omdat het om veel stemmers gaat, die vaak niet tevreden zijn?

 

 

Want volgens hoogleraar sociologie Engbersen mag de wijk de vindplaats zijn van veel problemen, dat wil nog niet zeggen dat je ze daar kunt oplossen: “Als je mensen aan het werk wilt krijgen, kun je beter naar de regionale arbeidsmarkt kijken, dan een buurtprojectje opstarten. Als je schooluitval tegen wilt gaan, moet je er rekening mee houden dat de meeste kinderen buiten hun eigen wijk naar school gaan. De grote problemen in de wijken hebben te maken met onderwijs, werkgelegenheid, migratie, en de woningmarkt. Zaken die het wijkniveau overstijgen.” En daar ben ik het helemaal mee eens. Er zijn veel te veel projecten die op een bepaalde wijk zijn gericht, omdat er toevallig subsidie voor is.

 

 

Socioloog Duyvendak zegt zelfs: “Pluk ze nou liever eens uit hun eigen kring, en laat zien dat er een wereld is waar mensen wél werk hebben. Een goede wijkaanpak zorgt ervoor dat mensen buiten hun eigen wijk gaan kijken.” Dat is iets heel anders dan weer een projectje in een wijk op zetten. Zoals bijvoorbeeld de PvdA-fractie in Leeuwarden onlangs voorstelde, namelijk een vrouwencentrum in Heechterp/Schieringen (een centrum gericht op ontwikkeling, ondersteuning en ontmoeting van vrouwen, jong en oude, allochtoon en autochtoon) en zoals ook in het projectplan van Leeuwarden voor Heechterp/Schieringen in het kader van de Vogelaar-aanpak.

 

 

Laten we niet meer van project naar project hobbelen, of van concept naar concept. Het zou veel beter zijn dat de gemeenten waar veel problemen op het gebied van leefbaarheid en achterstanden zijn, voldoende geld krijgen via het gemeentefonds. Geld dat vrij te besteden is, zodat die gemeenten zelf kunnen bepalen waar ze het voor willen inzetten. Zodat succesvolle projecten ook gewoon gecontinueerd kunnen worden. Laat de gemeente zelf een goed en effectief beleid uitzetten, wat niet continu wordt doorkruist door het rijk met haar eigen prioriteiten en allerlei rare eisen en voorwaarden, en administratieve rompslomp.

 

 

Aukje de Vries