Leeuwarden als koopcentrum

"Consument mijdt centrum Leeuwarden" stond te lezen in de Leeuwarder Courant. Dat zou toch nieuws moeten zijn, waarop de Leeuwarder raadsleden reageren reageert. Maar nee, het blijft (op een heel enkele uitzondering na) akelig stil. Zijn de politici opeens schuchter geworden? Durven ze niet te reageren, omdat ze dan kritisch naar maatregelen uit het verleden moeten kijken? En misschien hieruit iets moeten leren voor de toekomst?

De binnenstad van Leeuwarden trok twee jaar geleden nog 200.000 bezoekers, nu zijn dat er gemiddeld 172.500, zo blijkt uit onderzoek van het bureau Locatus. Het centrum van Leeuwarden trekt wekelijks 13% minder publiek dan twee jaar geleden. Groningen verloor bijna 25% bezoekers in die periode. Beide steden volgen met deze gedaalde kopersgunst een landelijke trend. Winkelen als uitstapje is niet meer zo populair als enkele jaren geleden. De consument besteedt zijn tijd liever aan andere dingen, aldus de onderzoekers. Ook wil de klant in zijn auto dichtbij de winkels kunnen komen. Het onderzoek leert dat het winkelend publiek de grote winkels aan de stadsranden juist meer bezoekt. Binnensteden met goede parkeervoorzieningen verloren overigens geen klanten. Volgens voorzitter Frank Alfrink van MKB Noord houden niet alleen de slechte bereikbaarheid de mensen weg uit de binnenstad, maar ook de toenemende criminaliteit.

Wat kunnen we daaruit leren of afleiden voor Leeuwarden? Deels kan het afgenomen bezoekersaantal in Leeuwarden waarschijnlijk worden verklaard door de economische recessie en het feit dat de stad in de afgelopen paar jaar behoorlijk op de schop is geweest. Maar er moet ook naar de meer fundamentele aspecten gekeken worden, want het gaat om een structurele trend.

Dat stadsrandlocaties in trek zijn, is een gegeven. Als gemeente je hier in planologische zin volledig tegen verzetten is niet de oplossing. Want andere gemeenten bieden de planologische mogelijkheden dan wel. Wel moet goed afgewogen worden hoe met het planologisch instrument voor zogenaamde GDV-locaties wordt omgegaan. In Leeuwarden gebeurt dat momenteel door middel van een 2-sporenbeleid (als tegenhanger moet natuurlijk ook geïnvesteerd worden in de binnenstad) en beperkt GDV. Wat wel een punt van aandacht in Leeuwarden is, is dat de ontwikkelaar van De Centrale nu eindelijk eens zijn belofte inlost voor een directe busverbinding tussen De Centrale en de binnenstad. De heer Bos, bedrijfsleider bij V&D en bestuurslid van LEON, wil ook graag samen optrekken met De Centrale om de bezoekersstromen naar Leeuwarden op te krikken.

Wat zijn verder de beïnvloedbare factoren voor een gemeentelijke overheid?

Bereikbaarheid

Na het beruchte Verkeers Milieu Plan (VMP), waarbij het uitgangspunt was auto’s volledig uit de binnenstad te weren, is er met het inmiddels vastgestelde Gemeentelijk Verkeers- en Vervoers Plan (GVVP) een trendbreuk in het beleid te signaleren. Er is een meer realistische kijk op de rol van de auto gekomen. Het besef lijkt doorgedrongen dat we geen Amsterdam zijn en oplossingen die daar werken niet altijd voor Leeuwarden de juiste oplossing zijn. Leeuwarden is een middelgrote stad in een plattelandsomgeving met alle consequenties van dien voor de automobiliteit. Maatregelen in het kader van het GVVP, zoals het Beursplein weer vanuit twee richtingen toegankelijk maken, vraagt echter nog wel wat tijd. Maar hier geldt "better let as net". Continu punt van aandacht is overigens wel de bereikbaarheid van de parkeervoorzieningen. Men kan zich afvragen of het beperken van de bereikbaarheid van de parkeergarage Zaailand vanuit alleen het zuidoosten (achteraf gezien) wel verstandig is?

Als het om bereikbaarheid (en parkeren) gaat, wordt er overigens regelmatig geroepen: "dan moeten ze de fiets maar nemen!" Overduidelijk is inmiddels gewoon dat bepaalde groepen consumenten de fiets niet nemen. Je kan wel willen dat het anders is, maar daar verandert het consumentengedrag niet door. De consument zoekt zijn heil dan gewoon elders. En bovendien we willen toch ook kooppubliek trekken uit de regio? En die komen echt niet op de fiets naar Leeuwarden.

Parkeren

Na de zomervakantie moet het nieuwe Parkeerbeleidsplan van Leeuwarden vastgesteld worden. Het parkeerbeleid is volgens het voorstel van het college van B&W gestoeld op 5 pijlers. Parkeren lijkt daarin bijna een doel op zich; geen één van die pijlers richt zich namelijk expliciet op Leeuwarden als aantrekkelijk koopcentrum en/of de economie van de binnenstad!

Wel wordt gesteld: "Voor de vitaliteit van de stad zijn de bereikbaarheid en beschikbaarheid van parkeerruimte belangrijke voorwaarden. Beschikbaarheid mag echter niet ten koste gaan van het verblijfsklimaat en de leefbaarheid in de stad." En de eerste pijler van het parkeerbeleid is "de kwaliteit van de parkeervoorzieningen moet in overeenstemming zijn met de kwaliteit van de openbare ruimte". Op zich natuurlijk een heel nobel streven, maar als dat uitmondt in het verdwijnen van vrijwel alle parkeren op het maaiveld, dichtbij de aanloopstraten van het kernwinkelgebied, dan is dat de doodsteek voor bepaalde ondernemers. Dan hebben we straks misschien een prachtige, historisch verantwoorde binnenstad, maar is de vitaliteit van de stad ver te zoeken. "Convenience" oftewel gemak is nu eenmaal belangrijk bij de hedendaagse consument, zo blijkt uit de toenemende bezoekersstromen naar stadsrandlocaties met parkeren voor de deur. De prijs van parkeren is daarbij overigens niet altijd doorslaggevend, maar meer de plek van de parkeervoorzieningen ten opzichte van het kernwinkelgebied.

Het uitgangspunt dat er tot 2010 800 parkeerplaatsen extra bij moeten komen in de binnenstad is een goed streven. Netto blijft hier echter nog maar zo’n 650 van over (want er verdwijnen nog 150 plaatsen op het maaiveld als gevolg van de herinrichting). En als die 650 parkeerplaatsen dan ook nog gedeeltelijk bestaan uit ver weg van de binnenstad gelegen parkeerterreinen, zoals Jacob Catsplein/Fonteinland of FEC-terrein, blijft er natuurlijk helemaal weinig van over. Dan is de vraag of dit voldoende is.

De nieuwbouw van de parkeergarage Oldehoofsterkerkhof is natuurlijk een prima zaak, een parkeervoorziening op een perfecte plek. Een nieuwe kans is wellicht het project Nieuw Zaailand. Als dat wordt gerealiseerd, zou het dan niet verstandig zijn om direct te kiezen voor het uitbreiden van het aantal parkeerplaatsen in de parkeergarage Zaailand? Dit zou een flinke impuls kunnen betekenen voor de binnenstad.

Voor de consument is een aantrekkelijke binnenstad ook belangrijk, en natuurlijk draagt een binnenstad vol met blik daaraan niet bij, maar er moet wel een gezonde balans zijn. Dat blik hoort nu eenmaal wel bij de 21e eeuw, en kunnen we niet zomaar wegtoveren zonder consequenties voor de vitaliteit en economie van de binnenstad.

Veiligheid

In Leeuwarden zijn natuurlijk net als in elke middelgrote stad toch regelmatig problemen en overlast. De rondhangende jongeren bij de Mercuriusfontein zijn daarvan een voorbeeld. Maar ook het bedelen zorgt voor overlast en een onveilig gevoel. En de laatste tijd staan berovingen met geweld regelmatig in de krant. Of het aantal meer is dan vroeger? Voor het veiligheidsgevoel doet dat er eigenlijk niet zo heel veel toe. Het gevoel van veiligheid is vaak niet gebaseerd op objectieve feiten, maar meestal een subjectief gevoel. Om op voorhand zonder meer tegen zaken als preventief fouilleren en cameratoezicht te zijn, is in dat licht bezien dan ook tekort door de bocht. Zo geeft MKB Noord aan dat een veilig gevoel, voor meer bezoekersstromen zorgt. Als de subjectieve en/of objectieve veiligheid door bepaalde maatregelen groter wordt, wat is dan het probleem eigenlijk? Mensen die niks op hun kerfstok hebben, hebben toch niets te verbergen? Ook het parkeren in de binnenstad primair onderbrengen in gebouwde voorzieningen, heeft te maken met veiligheid. Nadeel is dat sommige groepen consumenten zich niet (altijd) veilig voelen in een parkeergarage.

Tot slot het winkelaanbod, een vaak veelbesproken item als het gaat om de Leeuwarder binnenstad. Op zich is dat natuurlijk een heel moeilijk door de gemeente te beïnvloeden aspect, want dit is toch primair iets "des ondernemers". Het heeft ook veel te maken met de draagkracht van de bevolking (waar we hooguit iets aan kunnen doen door de scheve bevolkingsopbouw te veranderen door middel van het woningbouwaanbod). Extra aanbod van winkelruimte (bijvoorbeeld Nieuw Zaailand) kan misschien bijdragen aan de vergroting van de diversiteit. Enerzijds door goede afspraken met de ontwikkelaar te maken over de invulling van die ruimte, want meer van hetzelfde is natuurlijk niet de bedoeling. Anderzijds doordat de prijs van winkelruimte in de stad wellicht kan dalen, immers meer aanbod bij een gelijkblijvende vraag zorgt voor een lagere prijs. En een lagere huurprijs biedt meer mogelijkheden voor beginnende en niet op de grote massa gerichte winkelformules.

Hopelijk is het bericht in de krant voor de Leeuwarder politici niet slechts een bericht dat voorbij komt, maar zien ze hierin toch ook een (meetbaar) effect van maatregelen in het verleden en trekken ze er lering uit voor de toekomst.

Aukje de Vries