Vrijheid, grenzen en signalen

Sinds de moord op Theo van Gogh is het onrustig in het land, is het onrustig in de politiek. Ik heb eigenlijk bewust nergens op gereageerd, want soms is het beter om de eerste emoties even wat te laten zakken, ook al voelde ik natuurlijk wel de aandrang. Toen een vertegenwoordiger van de Arabisch-Europese Liga (AEL) in Nova zei dat Theo van Gogh het toch eigenlijk wel uitgelokt had met zijn provocerende uitspraken, en dat de dader onder een enorme druk stond. Toen er brandstichtingen waren in islamitische gebouwen, waarbij soms werd gesproken van aanslagen. Het zijn zaken die zijn gezegd en gedaan op het moment dat de emoties op hun hoogtepunt waren, ik vind beide onacceptabel.

Maar nu vindt het Kabinet dat de discussie over de intrekking van artikel 147 over godslastering op dit moment "een verkeerd signaal" is. Ik ben van mening dat minister Donner zelf een verkeerd signaal heeft gegeven door aan te geven dat het wetsartikel over godslastering weer strenger gehandhaafd moest worden. Hij gaf wat mij betreft daardoor het signaal af dat wat Theo van Gogh heeft gezegd over het geloof eigenlijk niet kon, dat Theo van Gogh het eigenlijk zelf uitgelokt heeft. Spot, cynisme, humor, het zijn zeer krachtige uitingen, die je niet te snel moet beperken.

In deze onrustige periode word je trouwens teruggeworpen op waar je als politieke partij, als persoon ook voor staat. Volgens de liberale beginselen van de VVD is een zo groot mogelijke vrijheid van de mens een onmisbare voorwaarde voor ontplooiing. En dan gaat het om vrijheid in geestelijk, staatkundig en materiaal opzicht. Deze vrijheid geldt voor iedereen zonder enige vorm van discriminatie. Maar vrijheid is geen onbeperkte vrijheid. Verdraagzaamheid is onverbrekelijk verbonden met vrijheid. Een vrij mens laat ook anderen vrij in geloofsbelijdenis, levensbeschouwing, meningsuiting en gedrag. Maar een vrij iemand erkent ook de mogelijkheid van overheidsingrijpen op het moment dat de grenzen van het ontoelaatbare worden overschreden.

Wat mij betreft is de rechter de enige die de grenzen van het toelaatbare bepaald! Niet een CDA-minister van Justitie die zo uit de jaren 50 lijkt te zijn gestapt. Minister Donner bepaald niet wat de grens is van wat er wel en niet over het geloof gezegd kan worden. En gelovigen hebben wat mij betreft ook absoluut niet meer recht op bescherming dan homo’s, vrouwen of welke groep dan ook maar.

Zo hoorde ik vorige week op de radio dat er foto’s zijn weggehaald uit een regionaal opleidingscentrum in Deventer. Foto’s met daarop bloot, ja, dat wel. Ze zijn weggehaald, omdat er ook een inburgeringscursus wordt georganiseerd in het gebouw, en moslims hieraan aanstoot zouden kunnen nemen. Dat vind ik nou de wereld op zijn kop! Ook dat vind ik een verkeerd signaal. Het is toch goed om in een inburgeringscursus juist dit aan te grijpen om te leren over de liberale Nederlandse maatschappij? Islamieten hebben de vrijheid zoiets niet mooi of zelfs aanstootgevend te vinden, maar zij moeten ook verdraagzaamheid kunnen tonen voor een dergelijke uiting. Net zo goed als ultra-christelijke Nederlanders dat moeten doen. Ik persoonlijk vind een hoofddoekje een teken van onderdanigheid en minderwaardigheid van de vrouw, maar ik zal zeker niet voor een totaal verbod op dat soort uitingen zijn in de openbare ruimte of privé-situatie (als de hoofddoekjes tenminste vrijwillig worden gedragen). Iedereen moet die keuze zelf maken. Dat is volgens mij verdraagzaamheid, en dat verwacht ik van álle bevolkingsgroepen, ook van moslims ten aanzien van zaken die zij niet "goedkeuren".

Aukje de Vries (21 november 2004)