Roulatiecircus accountants was niet nodig

Nederlandse bedrijven hebben de afgelopen tweeënhalf jaar onder druk van nieuwe wetgeving in grote haast een ander accountantskantoor moeten zoeken. Maar dat roulatiecircus blijkt achteraf onnodig te zijn geweest, volgens een bericht in Het Financieele Dagblad. De Nederlandse wet is in strijd met Europese wetgeving over hetzelfde onderwerp, en die geeft bedrijven veel langer de tijd om een andere accountant te zoeken. Daarom hebben de Tweede Kamerleden Aukje de Vries (VVD) en Pieter Omtzigt (CDA) allereerst vragen gesteld aan de minister van Financiën. De stemming over de wetgeving is daarom uitgesteld.

Het Financieele Dagblad: Roulatiecircus accountants was niet nodig >>

Het Financieele Dagblad: Stemming over accountantswetgeving uitgesteld >>

Antwoorden

Vragen van de leden Omtzigt (CDA) en Aukje de Vries (VVD) aan de minister van Financien over de verplichte roulatie van accountants en een mogelijke tegenstrijdigheid tussen de Europese Verordening EU/537/2014 en het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2016 (ingezonden 18 september 2015)

  1. Bent u ervan op de hoogte dat in het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2016 geen overgangsrecht zit voor de kantoorroulatie, terwijl de verordening die wel voorschrijft? 1)
  2. Klopt het dat het Nederlandse wetsvoorstel ertoe kan leiden dat een contract dat al voor de ingangsdatum van de verordening geëindigd is, kan leiden tot een afkoelingsperiode die tot 2018 kan duren, terwijl de richtlijn dat juist uitsluit?
  3. Klopt het dat alleen de tijdsduur van de opdracht aan het auditkantoor die is verstreken na de inwerkingtreding van de verordening op 16 juni 2014 in aanmerking moet worden genomen voor de vraag of de daarop aansluitende cooling off periode in acht moet worden genomen?
  4. Klopt het dat de verordening via de rechtstreekse werking dan over de Nederlandse wet zou heengaan en er dan dus een tegenstrijdigheid kan ontstaan? Wat zijn daarvan de gevolgen?
  5. Heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een verleningsbevoegdheid op grond van de Europese verordening?
  6. Is het nodig om het wetsvoorstel en de toelichting aan te passen om haar in overeenstemming te brengen met Europees recht?
  7. Wilt u de antwoorden op deze vragen verwerken in een separate brief aan de Kamer die kan worden toegevoegd aan dit wetgevingsdossier en die brief vóór dinsdag 22 september a.s. om 12 uur aan de Kamer zenden, dan wel de Kamer tijdig berichten dat u meer tijd nodig hebt voor de beantwoording zodat zij de op die dag voorziene stemming kan uitstellen? ​

1) Kamerstukken 34 198.