Verbod toeslag gebruik betaalkaarten: voorstel te kort door de bocht

De VVD vindt het belangrijk dat consumenten niet onnodig teveel betalen voor betaalmiddelen. De kosten moeten redelijk, transparant en inzichtelijk zijn. De VVD is tegenstander van het in rekening brengen van extra kosten voor een specifiek betaalmiddel bovenop de werkelijke kosten. Dit is in de wet ook al zo geregeld. De VVD is altijd voorstander van meerdere keuzemogelijkheden qua betaalmethoden voor de consument. VVD Tweede Kamerlid Aukje de Vries: "De VVD vreest dat niet alleen de keuzemogelijkheden straks worden beperkt voor de consument, maar dat er ook hogere kosten zullen zijn voor de consument door een verschuiving naar duurdere betaalmiddelen. En er heeft geen overleg plaats gevonden met ondernemers, terwijl er voor ondernemers ook een werkbare situatie moet ontstaan. Daarom is dit wetsvoorstel al met al te kort door de bocht."

Het Financieele Dagblad >>

Debat deel 1 >>

Debat deel 2 >>

SPREEKTEKST (INITIATIEF-)WET VERBOD TOESLAG GEBRUIK BETAALKAARTEN (SURCHARGING)

Voorzitter, allereerst de complimenten aan de initiatiefnemer en zijn ondersteuning. Een initiatiefwetsvoorstel is heel veel werk. Zeker ook voor een eenmansfractie. Nogmaals de complimenten.

De VVD vindt het belangrijk dat consumenten niet onnodig teveel betalen voor betaalmiddelen. De kosten moeten redelijk, transparant en inzichtelijk zijn.

De VVD is tegenstander van het in rekening brengen van extra kosten voor een specifiek betaalmiddel bovenop de werkelijke kosten. Dit is in de wet ook al zo geregeld.

De VVD is verder voorstander van meerdere keuzemogelijkheden qua betaalmethoden voor de consument, bijvoorbeeld op internet.

Surcharging, ofwel het in rekening brengen van extra kosten voor een specifiek betaalmiddel, vaak creditcards, is begrijpelijk een grote ergernis voor consumenten. Het gebeurt bijvoorbeeld bij het bestellen van vliegtickets via internet, maar ook bij ticketverkoop of maaltijdbezorging. Ergeniswekkend is dat de kosten vaak onvoorzienbaar of onvoorspelbaar zijn.

De huidige regelgeving is lastig te handhaven, maar niet onmogelijk. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft niet direct zicht op de daadwerkelijke kosten van een bedrijf, want deze kunnen sterk verschillen. Recent heeft de ACM op verzoek van de VVD wel handhavend opgetreden tegen surcharging. Naar aanleiding daarvan hebben enkele ondernemingen, zoals de grootste maaltijdbezorgers en aanbieders van vliegtickets, de kosten in lijn gebracht met de geldende regels. Dus het is wel mogelijk!

Hoe kijken de initiatiefnemer en minister naar de mogelijkheden voor handhaving en de recente handhaving door de ACM?

GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL

De VVD zet vraagtekens bij de bedragen die een verbod consumenten zouden opleveren en maakt zich zorgen over de gevolgen voor de consumenten.

Uiteindelijk zullen de werkelijke kosten voor het gebruik van een betaalmiddel door de ondernemer toch worden doorberekend aan de consument. Door een verbod wordt het aantrekkelijker voor de consument om straks te kiezen voor een duurder betaalmiddel, en dat wordt uiteindelijk doorberekend. De consument die nu gebruik maakt van een goedkoop betaalmiddel (bijvoorbeeld pin of iDeal), betaalt straks uiteindelijk mee aan het gebruik van een duurder betaalmiddel (bijvoorbeeld creditcard) door een andere consument.

Hoe komt de initiatiefnemer bij de stelling dat de consument een ruimere keuze uit betaalmiddelen krijgt? Het risico is volgens de VVD reëel aanwezig dat de keuzemogelijkheden voor betaalmethode op internet of in winkels juist minder worden. Omdat ondernemers de duurdere betaalmethode niet meer zullen gaan aanbieden, omdat dit verwerkt moet worden in de prijs. De VVD vindt dit onwenselijk.

Wat zijn de gevolgen voor de keuzemogelijkheden voor de consument als het gaat om betaalmethoden? Welke verschuivingen vinden er in de markt plaats tussen de verschillende betaalmethoden? Komt er een verschuiving naar duurdere betaalmethoden?.

Graag een reactie van de initiatiefnemer en de minister op deze vragen en punten.

REIKWIJDTE

Voorzitter, de initiatiefnemer kiest ervoor om het verbod op toeslagen ruimer te maken dan in de betaalrichtlijn PSD 2. Daarin worden alleen toeslagen verboden voor betalingen waarvan de interbancaire vergoedingen zijn geregeld in de Verordening afwikkelingsvergoedingen (te weten debetkaarten en creditcards). Dit is 95% van de markt. De initiatiefnemer brengt ook betaalmiddelen, waarvoor geen plafond van de tarieven is geregeld, onder het verbod. Dure opties als American Express, de zakelijke kaarten van Mastercard en Visa of duurdere online betaalproducten.

Waarom kiest de initiatiefnemer daarvoor? Dan zorg je toch uiteindelijk voor een kostenstijging?

OVERLEG

Voorzitter, de VVD begrijpt dat de initiatiefnemer overleg heeft gehad met betaaldienstverleners en consumentenorganisaties. Maar waarom heeft er geen overleg plaats gevonden met bijvoorbeeld Detailhandel Nederland, Horeca Nederland, ANBR en Thuiswinkel.org? Deze worden toch ook geraakt door dit voorstel?

De VVD ziet liever dat de implementatiewet voor de betaalrichtlijn PSD2 een en ander in nauw overleg met ook de branche- en belangenorganisaties vanuit het bedrijfsleven wordt uitgewerkt. En daarbij ook nadrukkelijk kijkt naar de regelgeving MIF (Multilateral Interschange Fees = interbancaire vergoedingen)? Zodat er in het komende jaar een duidelijk kader komt met een werkbare situatie voor ondernemers.

En nog een vraag voor de Minister, wanneer komt de implementatiewet voor de betaalrichtlijn PSD2 naar de Tweede Kamer? Wat is de stand van zaken?

TOT SLOT

Voorzitter, al met al vindt de VVD dit beperkte wetsvoorstel om elke toeslag te verbieden te kort door de bocht. Er is geen overleg geweest met bijvoorbeeld ondernemers om tot een afgewogen totaalvoorstel te komen. Daarnaast vindt de VVD de reikwijdte te groot. Het is belangrijk dat de kosten voor de consumenten niet worden vergroot, de keuzemogelijkheden van de consument niet worden ingeperkt en er voor ondernemers een werkbaar voorstel komt.