Oneerlijke concurrentie havens: tempo maken met nieuw havenpakket

Haven Rotterdam

Er lijkt vertraging te komen met de nieuwe Europese havenverordening. Deze verordening kan er voor zorgen dat er Europese havens geen staatssteun geven aan hun eigen havens, en er dus sprake is van oneerlijke concurrentie. Dit is des te belangrijker omdat in Nederland met het oog daarop de vrijstelling van de vennootschapsbelasting voor de Nederlandse havens onlangs onder druk van de Europese Unie onlangs is geschrapt. Maar maatregelen voor andere Europese havens lijken nu op de lange baan geschoven te worden. De VVD Tweede Kamerleden Betty de Boer en Aukje de Vries vinden dit onwenselijk. De VVD'ers stellen hierover schriftelijke vragen aan de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Financiën.

Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel ‘Europarlement wil definitie staatssteun’? 1) Hoe verhoudt zich dit tot het feit dat er voor de zomer overeenstemming is bereikt over het nieuwe havenpakket?

Vraag 2
Nederland heeft recent de vrijstelling van vennootschapsbelasting voor de havens moeten schrappen, maar wanneer wordt de verkapte overheidssteun nu bij andere grote Europese zeehavens aangepakt? Is deze richtlijn van invloed op het nieuwe havenpakket? Zo ja, in welke mate en hoe?

Vraag 3
Klopt het dat er uitstel dreigt van wetgeving over subsidies voor zeehavens? Wat zijn de problemen op dit moment? Wat gaat u daaraan doen, want dit is toch onwenselijk met het oog op een ongelijk speelveld en de concurrentiepositie van Nederlandse havens?

Vraag 4
Hoe ziet de procedure en het tijdpad er uit waarin de Europese Commissie wil komen tot richtlijnen die de subsidiëring aan havens normeert en dus aanpakt?

Vraag 5
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de moties die zijn ingediend tijdens de plenaire behandeling van het verslag van het Algemeen overleg (VAO) Vpb-vrijstelling zeehavens (Vennootschapsbelasting-vrijstelling) op 12 april 2016? 2)

 

1) Nieuwsblad Transport van 31 aug-6 september 2016
2) Kamerstuk 34 003, nrs. 18 t/m 21 en nr. 23

.