Belastingdienst kan en mag niet opereren als een eigen koninkrijkje

VVD Tweede Kamerlid Aukje de Vries: "Duidelijk is dat er in het proces met de vertrekregeling bij de Belastingdienst helaas heel veel is misgegaan. Met een overschrijding van maar liefst 70 miljoen euro tot gevolg. Dat is des te wranger, omdat je er zeker bij de Belastingdienst van moet kunnen uitgaan dat ze zorgvuldig met belastinggeld omspringen. Er had een gerichtere en beperktere regeling afgesproken moeten worden. De Belastingdienst lijkt zich te gedragen als een soort eigen koninkrijkje, dat kan en mag natuurlijk niet. Dat de staatssecretaris een fors pakket aan maatregelen neemt , is niet meer dan terecht."

Bijdrage in de eerste termijn van het algemeen overleg:

De overheid moet verstandig, verantwoordelijk en zuinig met ons belastinggeld omgaan. Iedereen ergert zich als er niet zorgvuldig met belastinggeld wordt omgesprongen. Duidelijk is dat er in het proces met de vertrekregeling bij de Belastingdienst helaas heel veel is misgegaan. Met een overschrijding van maar liefst 70 miljoen euro tot gevolg. Dat is des te wranger, omdat je er zeker bij de Belastingdienst van moeten kunnen uitgaan dat ze zorgvuldig met belastinggeld omspringen.

 Er had een gerichtere en beperktere regeling afgesproken moeten worden. De besluitvorming rondom het vrijgeven van de budgetten was ook absoluut niet zo als het hoort. De staatssecretaris erkent zelf dat de besluitvorming te haastig en niet zorgvuldig is geweest. En dat is niet meer dan terecht. Het is wel goed dat hij de zaken erkent en daarvoor verantwoordelijkheid neemt.

 De VVD vindt het goed dat de staatssecretaris begin maart al in gang gezet heeft dat de vertrekregeling aangepast moest worden. En dat hij nu weer een aantal forse, aanvullende maatregelen heeft genomen, zoals het onder curatele stellen van de Belastingdienst. Deze zijn volstrekt terecht en noodzakelijk. De Belastingdienst lijkt zich te gedragen als een soort eigen koninkrijkje, dat kan en mag natuurlijk niet. Dat de staatssecretaris daar nu goed naar laat kijken, is niet meer dan terecht.

 De VVD heeft over de gang van zaken ook nog wel een groot aantal vragen:

 Allereerst de vertrekregeling. Over de voorbereiding van de totstandkoming van de regeling is eigenlijk nog maar weinig bekend. Wat waren de uitgangspunten en de inzet van de Belastingdienst? Wat was de inzet van de bonden? Waarom is er destijds voor gekozen om de regeling ook open te stellen voor FIOD en Douane, want dat was toch niet logisch? Was destijds niet te voorzien dat deze regeling enorm interessant voor oudere werknemers zou zijn, die vlak voor hun pensioen staan?

 Waarom is het verslag van de Investment Committee uit november 2015 niet naar de staatssecretaris gegaan? Wat waren de afspraken hiervoor? Waarom is de staatssecretaris voor het afsluiten van de vertrekregeling door de Belastingdienst met de bonden daarover niet geïnformeerd?

Hoe heeft de staatssecretaris de vinger aan de pols gehouden bij het hele proces? En hoe gaat hij dat in de toekomst doen?

 In juni 2016 heeft de VVD ook al aangegeven zich zorgen te maken over de gevolgen van de vertrekregeling bij de Belastingdienst. Niet alleen voor het uit de hand lopen van de kosten, maar ook over de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening en de uitvoering van de processen bij de Belastingdienst. Welke risico’s zitten er nu nog in het gehele traject? Voor de financiën, voor de continuïteit en kwaliteit?

 Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat dit niet weer kan gebeuren? Wat gaat hij zelf ook anders doen?

 Wat gaat de commissie van wijzen precies doen? Gaan ze ook met mensen in de dienst en mensen die recent de dienst hebben verlaten praten?

 De “ophanging” van de Belastingdienst onder het kerndepartement wordt versnel aangepast. Kan daarvan planning worden gegeven?

 

Bijdrage in de tweede termijn van het algemeen overleg:

De staatssecretaris is in de 1e termijn kritisch naar zichzelf geweest. Hij zei zelf ook dat hij harder had moeten sturen op de checks & balances. De staatssecretaris vertrouwde erop dat de afgesproken procedures gevolgd werden. En dat was helaas niet het geval. De VVD vindt het goed dat hij zaken erkent en daarvoor ook de verantwoordelijkheid neemt. Maar de VVD vindt het ook belangrijk dat er is ingegrepen en een fors pakket aan maatregelen ligt om de problemen in de toekomst te voorkomen. Cultuur problemen los je echter niet alleen op met verandering van de structuur. Daarom is het goed dat de commissie van wijzen daar naar gaat kijken. Want het beeld is ontstaan dat de Belastingdienst zich onaantastbaar en autonoom waande, een eigen koninkrijkje. De VVD denkt overigens wel dat de instroom van nieuw bloed in de organisatie kan helpen.

Over de voorbereiding van de totstandkoming van de regeling, zoals de uitgangspunten en de afweging van de belastingdienst, is helaas eigenlijk nog maar weinig bekend. Gaat de commissie van wijzen daar ook naar kijken?

Dan de brief van de staatssecretaris over de continuïteit. De VVD heeft in de 1e termijn ook nadrukkelijk gevraagd welke risico’s er nu nog zitten in het gehele traject, voor de financiën, voor de continuïteit en de kwaliteit van het werk van de belastingdienst. De continuïteit kan volgens de staatssecretaris geborgd worden met de inzet van de juiste maatregelen. Hoe zijn de checks & balances in dat systeem geborgd? Hoe wordt gemanaged? Hoe stuurt de staatssecretaris daar ook op? Niet alleen continuïteit is belangrijk, maar ook de kwaliteit. Bijvoorbeeld als het gaat om de dienstverlening aan bedrijven. Veel kennis en ervaring vertrekt uit de organisatie. Hoe kijkt de staatssecretaris naar dat aspect? Hoe wordt ook de kwaliteit geborgd? Is dat onderdeel van de continuïteit?

Dan het in bezwaar gaan van de staatssecretaris tegen een beslissing van de eigen belastingdienst. Dat levert naar buiten toe natuurlijk een tegenstrijdig beeld op. Op 19 februari 2015 is er door de Rechtbank Zeeland – West-Brabant een uitspraak gedaan over een RVU-heffing, waardoor onduidelijkheid is ontstaan. Lopen er ook nog andere procedures over de RVU-heffing? Klopt het dat het bezwaar van de staatssecretaris vooral gericht is op het behoud van rechten? En als hij dat niet zou doen, en de jurisprudentie later zou uitwijzen dat voor regelingen met een generiek karakter geen RVU-heffing hoeft te worden betaald, hij financieel anders geen recht zou hebben om de heffing terug te krijgen? Wanneer kan hierover duidelijkheid ontstaan?

Er is ook nog voor een bedrag van € 34 miljoen aan verplichtingen aangegaan die niet de goede procedures hebben doorlopen. Daaruit blijkt dat dus dat het niet een incident is, maar dat de Belastingdienst denkt dat ze een eigen koninkrijkje is. Zijn er op basis van deze zaken, nog aanvullende maatregelen noodzakelijk? Of zijn de genomen maatregelen daar afdoende voor?

Verder goed dat er geen draaideurconstructies komen van ambtenaren die nu met een royale vertrekregeling zijn weg gegaan, en dus niet straks weer gewoon vrolijk de belastingdienst binnen stappen voor klussen.

Tot slot, de Investeringsagenda had natuurlijk een bepaald doel: belastingdienst moest beter en goedkoper. Dit werd onder meer ingevuld met een uitstroom van 5.000 medewerkers en 1.500 nieuwe medewerkers. Nu is gebleken dat deels de verkeerde medewerkers zijn vertrokken. Hoe gaat de staatssecretaris dan toch nog de doelen bereiken? En toch de beweging 5.000 eruit en 1.500 erin maken?