VVD wil gelijk speelveld havens

Onze havens leveren jaarlijks een topprestatie. Waar andere landen met belastinggeld de havens ondersteunen met de aanleg van allerlei infrastructuur nemen onze havens een groot deel van deze aanleg voor hun rekening.  Nu de Europese Commissie de havens verplicht om vennootschapsbelasting af te dragen komen onze havens in een nadeligere positie terecht ten opzichte van de havens in Duitsland, België en Frankrijk. Het gaat om veel banen in onze Nederlandse havens en bij alle bedrijven die daarbij betrokken zijn. Daarom hebben de Tweede Kamerleden Aukje de Vries, Mark Harbers en Roald van der Linde daarover vragen gesteld.

Lees de antwoorden hier

Schriftelijke vragen van Aukje de Vries, Mark Harbers en Roald van der Linde (allen VVD) aan de minister van Financiën, de staatssecretaris van Financiën en de minister van Infrastructuur en Milieu.

  1.  Kent u het bericht 'Brusselse eis zet Rotterdamse haven in financiële klem” d.d. 9 februari 2017 in Het Financieele Dagblad? Wat vindt u daarvan?
  2. Welke investeringen bij de Rotterdamse haven komen onder druk te staan en welke gevolgen heeft dit?
  3. Nu de Vpb-vrijstelling onder druk van Brussel voor de Nederlandse havens is gestopt, aan welke knoppen kan het Havenbedrijf anders nog draaien om meer investeringsruimte te krijgen? Het Havenbedrijf zelf noemt de haventarieven verhogen, dividendbetaling verlagen, de financieringslasten omlaag brengen en interne kosten besparen, welke mogelijkheden ziet de aandeelhouder?
  4. Wat is de stand van zaken van de acties van de Europese Commissie in België en Frankrijk om ook de Vpb-vrijstellingen af te schaffen, want een gelijk speelveld in Europa is van belang? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de actie richting Duitsland, dat geen Vpb-vrijstelling kent, maar wel publieke middelen besteed in de Duitse havens? En wanneer kunnen die acties afgerond worden? Wanneer is er een echt gelijk speelveld in Europa voor havens?
  5. In hoeverre ligt de invoering van de havenverordening, die moet zorgen voor meer transparantie en een meer gelijk speelveld, nog steeds op schema, zodat deze eind 2017 ingevoerd kan worden. Welke effecten verwacht de minister daarvan en hoe snel?
  6. Welk overleg vindt er plaats tussen het Havenbedrijf, de gemeente Rotterdam en het Rijk over de onderhavige problematiek en welk overleg met de andere Nederlandse havens?
  7. Wat kan het Kabinet nog meer doen om te zorgen dat  de concurrentiepositie van de Nederlandse havens niet verslechterd? Hoe ver is de minister van IenM met het onderzoek om de actuele relevante ontwikkeling voor de zeehavens in kaart te brengen ten behoeve van het werkprogramma zeehavens, dat begin 2017 wordt geactualiseerd?
  8. Er wordt nu gefocust op Rotterdam, maar hoe zit het met de andere Nederlandse zeehavens?
  9. Welke mogelijkheden biedt de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) voor de Nederlandse havens? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de het opnemen van de havens en luchthavens in de AGVV? Welke mogelijkheden ontstaan er dan om de Vpb weer terug te investeren in de havens?