Trots op onze goede zorg en de mensen die daar hard voor werken

We mogen trots zijn op alle mensen die werken in de zorg, en zich dag in dag uit met hart en ziel inzetten voor mensen die zorg nodig hebben. Onze zorg hoort tot de beste ter wereld. Daarom willen we werk maken van een grote frustratie: onnodige regels en formulieren. Aukje de Vries sprak hierover bij de begrotingsbehandeling Volksgezondheid Welzijn en Sport. We grijpen kansen om onze zorg te blijven verbeteren. Bijvoorbeeld door snellere toegang tot geneesmiddelen, kosten terugbrengen door slimme inkoop en zorg dichterbij de mensen brengen. Lees hier de volledige bijdrage.

Debat >>

 

Bijdrage Aukje de Vries bij de Begrotingsbehandeling VWS op 12 december 2017

Feit is dat onze zorg hoort tot de beste ter wereld. Daar mogen we best trots op zijn.

We zijn snel geneigd te kijken naar de dingen die niet goed gaan,  naar de incidenten en creëren hier in deze zaal soms het beeld alsof de zorg in Nederland slecht is. Dat is niet zo. Onze zorg is kwalitatief goed en toegankelijk voor iedereen. Ieder jaar wordt het basispakket verder uitgebreid. Je kan kiezen door welke arts je geholpen wil worden en bij welke zorgverzekeraar je klant wil zijn.

We mogen vooral trots zijn op alle mensen die werken in de zorg, en zich dag in dag uit met hart en ziel inzetten voor mensen die zorg nodig hebben. Die zelfs met zeer slecht weer, zoals de afgelopen dagen, erop uit gaan om die zorg te geven.

Daarom zijn we het aan al die hardwerkende mensen in de zorg verplicht ook echt werk te maken van één van de grootste frustraties van zorgprofessionals: de hoeveelheid onnodige regels en formulieren. Op 23 oktober waren meer dan 90 zorgprofessionals bij ons op bezoek om te vertellen wat er beter kan in de zorg.  Daar kwam dit keer op keer als belangrijk punt naar voren. Sommige mensen geven aan dat 30 procent van hun tijd op gaat aan formulieren. Dat lijkt ons niet de bedoeling.

Hoe gaat het Kabinet de schrapsessies uit het regeerakkoord invullen? Het mag wat ons betreft geen vrijblijvende exercitie worden. Cruciaal is natuurlijk de betrokkenheid van de zorgprofessionals zelf. Maar er moeten concrete, meetbare doelen worden geformuleerd. Hoe kijkt het Kabinet daar naar?

De regeldruk verminderen of het ontregelen van de zorg, moet niet alleen zorgen voor meer handen aan het bed, maar ook voor minder werkdruk én meer werkplezier. Eén van de grootste knelpunten in de zorg is het enorme tekort aan de juiste mensen. Dat is niet alleen in de verpleeghuiszorg of de ambulancezorg een probleem. We zien te vaak berichten, zoals over het tekort aan huisartsen in Leeuwarden of te weinig kinderartsen bij het Scheper Ziekenhuis in Emmen. In de hele zorg hebben we mensen nodig met de juiste drive, competenties, maar ook met het lef en de wil om dingen anders te doen. Dat moeten wij vanuit Den Haag stimuleren en ondersteunen.

Daarvoor is sowieso inzicht nodig in toekomstige patiëntenstromen, benodigde vakkrachten, regionale verschillen en knelpunten, om snel in te kunnen spelen en problemen te voorkomen. Vorige week is daarover al uitgebreid gesproken in het debat over de arbeidsmarkt. We kijken dan ook uit naar de brede arbeidsmarktagenda van het Kabinet.

Zorg dichtbij
Voor de patiënten willen we waar dat kan de zorg zo dichtbij mogelijk organiseren. Dat is prettiger voor de patiënt. De zorg moet mee veranderen met de veranderende eisen en wensen van de mensen. De bevolking vergrijst, mensen willen langer in hun eigen omgeving blijven wonen. Daar moet de zorg bij aansluiten. Daarom zetten we onder meer in op de beweging van meer zorg van de tweede naar de eerste lijn.

Dit leidt tot zorg dichterbij, maar ook tot een afname van het beroep op de tweedelijnszorg. We zien daarvan in het land al mooie voorbeelden. Onlangs werd aangekondigd dat ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen voor negen ziektebeelden de eenvoudige zorg van het ziekenhuis naar de huisartsen verschuift. Ziekenhuis Tjongerschans, alle ruim 80 huisartsen in de regio en De Friesland Zorgverzekeraar hebben daarvoor een samenwerkingsovereenkomst getekend.

Er wordt ook budget overgeheveld. Men wil toe naar zorg op de juiste plaats, op het juiste moment, door de juiste personen. Elektronische zorg (e-Health) en innovatie zijn daarbij uiteindelijk onontbeerlijk. Ook daarvan zien we al goede voorbeelden, bijvoorbeeld het maken van een hartfilmpje met een app of een slimme app om signalen van huidkanker te ontdekken.

We willen graag van de Minister weten hoe hij invulling wil geven aan de afspraak in het regeerakkoord voor het verschuiven van de tweede naar de eerste lijn? Hoe de zorgprofessionals daarbij worden betrokken en wat de best practices zijn? Is het Kabinet bereid met een plan van aanpak te komen? Hoe gaat het Kabinet ook die slimme oplossingen voor elektronische zorg en innovatie bevorderen en stimuleren, zodat effectieve interventies landelijk kunnen worden ingezet?

Vorig jaar hebben we als VVD ook al een amendement ingediend voor het zorgprogramma Hospital At Home ofwel de ziekenhuiszorg thuis. Ook vanuit de gedachte zorg dicht bij de mensen regelen. Wat is de stand van zaken? En wanneer kan het Kabinet daarover rapporteren aan de Tweede Kamer?

We willen dat 2018 een jaar wordt van niet alleen meer pionieren, maar van het structureel realiseren van zorg dichtbij mensen. Kan de minister aangeven welke succesvolle experimenten het komende jaar breder zullen worden ingezet?

Zorg betaalbaar houden
We willen de zorg natuurlijk ook betaalbaar houden. Dat is één van de grote uitdagingen voor nu en de toekomst. De komende jaren nemen de uitgaven verder toe door bijvoorbeeld de vergrijzing, economische groei en de komst van vaak dure nieuwe geneesmiddelen en behandelingen. Wij willen dat mensen ook toegang kunnen blijven krijgen tot die toekomstige geneesmiddelen en behandelingen.

In het regeerakkoord hebben we daarom ambitieuze afspraken gemaakt in relatie tot het sluiten van nieuwe hoofdlijnenakkoorden. Het principe “de juiste zorg op de juiste plek op het juiste moment” is daarin wat ons betreft leidend.

Toetspunten daarbij zijn dat de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg op niveau moet blijven. We willen daarom inzetten op concrete zorginhoudelijke en financiële afspraken met meetbare doelen. Zodat ook de zorginhoudelijke afspraken worden gerealiseerd. We willen als VVD niet dat de verschillende hoofdlijnenakkoorden allemaal separaat worden bekeken, maar juist in onderlinge samenhang. Alleen op die manier zullen we de zorg daadwerkelijk kunnen verbeteren en resultaten bereiken. Kan het Kabinet deze lijn van de VVD ondersteunen?

Ik noemde natuurlijk eerder ook al de ontwikkeling van nieuwe, vaak dure, geneesmiddelen. Over de geneesmiddelen hebben we onlangs al een uitgebreid debat gehad. We vinden het belangrijk dat patiënten sneller toegang kunnen krijgen tot noodzakelijke geneesmiddelen. Daarvoor zijn natuurlijk verschillende mogelijkheden, onder meer het verkorten van de gehele goedkeuringsprocedure. De Amerikaanse Food and Drugs Administration (FDA) kijkt ook naar versnelde toelating. Hoe kan dit in Nederland en Europa ook sneller plaatsvinden volgens de Minister?

Als het gaat om geneesmiddelen hebben we gister ook het pleidooi van de voorzitter van het College Beoordeling Geneesmiddelen kunnen lezen dat de bijsluiter bij geneesmiddelen duidelijker en simpeler moet. De VVD wil dit pleidooi wel ondersteunen. De bijsluiters zijn vaak onbegrijpelijk. Er zijn mensen die de bijsluiter daarom maar niet lezen en dat kan de bedoeling niet zijn. 

Inkopen
Gupta Strategists publiceerde dit jaar het rapport “Waardegedreven inkoop, inkoop als strategische topprioriteit  voor ziekenhuizen”. Daar is winst te behalen, zo blijkt, een ziekenhuis realiseerde binnen 12 maanden structureel 18% lagere inkoopkosten zonder op medische kwaliteit voor de patiënt in te boeten. Dat verdient natuurlijk navolging. Bij de inkoop door ziekenhuizen gaat het onder meer ook om hulpmiddelen. Als het gaat om de kosten voor hulpmiddelen is er nog een wereld te winnen, volgens ons.

Het Universitair Medisch Centrum Groningen signaleert bijvoorbeeld dat de kosten voor hulpmiddelen in Duitsland fors lager liggen dan in Nederland, soms wel tot 30%. Dat vinden wij op zijn minst opmerkelijk. Kosten waar uiteindelijk de patiënten en verzekerden voor opdraaien. De Universitaire Medische Centra proberen inmiddels via de Nederlandse Federatie van UMC’s wel meer samen te gaan werken. Maar we zien toch een relatief zwakke inkoopmacht, maar ook een sterke marktmacht vanuit de aanbieders.

Wij willen daarom dat er een gezamenlijk onderzoek wordt gedaan door de Nederlandse Zorg autoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) naar de inkoopmacht en marktmacht bij hulpmiddelen, welke belemmeringen zijn daar en vooral ook welke oplossingen er zijn.

Wij vinden dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een steviger rol mag en moet pakken in de zorgsector. Het is goed dat de vorige minister in 2016 al heeft aangekondigd een stevige impuls te geven aan de capaciteit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) voor haar taken in de zorg. De VVD is voor een snelle behandeling van het wetsvoorstel “herpositionering taken NZa en deregulering”. Wat is de visie van de nieuwe minister op dit onderwerp?

Zorgverzekeraars
Wij vinden het van belang dat patiënten zelf kiezen voor een zorgverzekeraar die het beste bij hun behoeften past. Daarvoor is allereerst transparantie van het aanbod van zorgverzekeringen van belang, de VVD heeft hier al meermalen aandacht voor gevraagd. Het is goed dat de Minister naar aanleiding van vragen van de VVD hierover in gesprek gaat met NZa om verzekeraars aan te spreken op hun verplichting om transparant te zijn, zodat verzekerden het aanbod beter kunnen vergelijken. Keuzevrijheid wordt ook vergroot door concurrentie en nieuwe toetreders. Dat is goed voor de prijs van de consument, ze houden de bestaande partijen scherp en kunnen zorgen voor innovatie.

Het is dus belangrijk dat nieuwe zorgverzekeraars kunnen toetreden tot de markt. Op dit moment zijn er maar 9 verschillende concerns, waarvan 4 grote. Sinds de start van de Zorgverzekeringswet zijn er geen nieuwe zorgverzekeraars bijgekomen. Wel zijn er initiatieven gewest van nieuwe partijen om tot de markt toe te treden, zoals bijvoorbeeld ANNO2012 en de coöperatie Zorgeloos.

Maar die waren niet succesvol. In de marktscan van de NZa in 2017 naar de zorgverzekeringsmarkt is het belang van nieuwe toetreders aangegeven. Recent heeft het Luxemburgse IptiQ zich gemeld. Voor de concurrentie, de prijs en voor de innovatie zijn nieuwe toetreders onontbeerlijk.

In januari 2017 is er een ACM rapport gemaakt over toetredings- en groeidrempel op de zorgverzekeringsmarkt. Daar lijkt niet heel veel mee gedaan te zijn. De VVD wil graag een kabinetsreactie op dit rapport en de conclusies. Zo is er nog nader onderzoek nodig. Dat moet volgens ons dan ook gebeuren. En het vergunningproces zou verbeterd worden. Tot slot wil de VVD een nadere analyse van de redenen waarom de eerder genoemde partijen zijn afhaakt.

Medisch-ethisch
Dan kom ik bij de medisch ethische vraagstukken. Het zal niemand in deze zaal maar ook ver daarbuiten ontgaan zijn, dat de paragraaf die hierover in het regeerakkoord is opgenomen met wederzijds begrip voor elkaars uiteenlopende standpunten tot stand gekomen is. De paragraaf vormt een zorgvuldig compromis en een balans tussen twee liberale en twee christelijke partijen.

De minister heeft ons een uitgebreide brief gestuurd waarin de stand van zaken wordt geschetst met betrekking een groot aantal medisch ethische onderwerpen. De minister geeft aan dat hij voor de zomer met een inhoudelijke nota medische ethiek komt. Dat doet de VVD deugd. Kan de minister hier vandaag in het algemeen al wat zeggen over zijn plannen op dit complexe terrein? Heeft hij eigen ambities die hij een stapje verder wil helpen?

De VVD wil gelet op de aangekondigde nota hier verder vandaag volstaan met een vraag over voltooid leven. Het was immers mijn collega Tellegen die een aantal jaar geleden tijdens de begrotingsbehandeling VWS de minister vroeg om een commissie die dit vraagstuk in kaart wilde brengen. Dat is gebeurd. Inmiddels liggen de aanbevelingen van de Commissie Schnabel er. Het kabinet heeft aangegeven aan de slag te zullen gaan met zijn aanbevelingen in samenhang met de derde evaluatie van de euthanasiewetgeving. Ook zal er een onderzoek worden gestart naar de omvang en omstandigheden van de groep mensen om wie het hier gaat. Kan de minister aangeven wie dit onderzoek gaat uitvoeren? En op welke termijn hij denkt dit onderzoek te willen afronden?

Ter afsluiting
Tot slot nog een laatste punt, voordat mijn collega Sophie Hermans verder gaat. Voor de zorg zijn in het Regeerakkoord diverse budgetten beschikbaar gesteld. Een deel daarvan wordt, zo blijkt uit de Startnota, gestald op de zogenaamde “aanvullende post” van het Ministerie van Financiën.

Op basis van concrete, doelmatige en evalueerbare beleidsvoorstellen worden de intensiveringsmiddelen vervolgens uitgekeerd naar de departementale begrotingen. Om welke middelen gaat het precies als het gaat om VWS, welke beleidsvoorstellen gaan de bewindspersonen maken, wanneer zijn deze gereed en hoe wordt de Tweede Kamer daarbij betrokken?