Geen onnodige hoge prijs betalen voor medische hulpmiddelen

We willen allemaal de zorg betaalbaar houden, voor nu en voor latere generaties. Maar hoe kan dat slim? Uit onderzoek blijkt dat door strategisch in te kopen de kosten omlaag kunnen. Hulpmiddelen zijn in Nederland soms wel 30% duurder dan in Duitsland. Aukje de Vries heeft bij de VWS-begroting daarom een motie ingediend. Daardoor moet er dicht komen op de inkoopmarkt en marktmacht, en moeten die belemmeringen in kaart worden gebracht en moet de regering met oplossingen komen om ze weg te nemen.

Omdat er een relatief zwakke inkoopmacht is en een sterke marktmacht vanuit de aanbieders van hulpmiddelen heeft Aukje de Vries de motie ingediend. Die verzoekt de regering de Nederlandse Zorgautoriteit en de Autoriteit Consument en Markt te vragen een onderzoek te doen naar de inkoop- en marktmacht bij hulpmiddelen. In dit onderzoek wordt nagegaan welke belemmeringen er zijn en welke oplossingen we hier voor kunnen vinden.

Het Universitair Medisch Centrum Groningen signaleert dat de kosten voor hulpmiddelen in Duitsland soms tot een derde lager liggen dan in Nederland. Dat zijn forse verschillen en is op zijn minst opmerkelijk. Dit zijn namelijk wel kosten waar uiteindelijk de patiënten en verzekerden voor opdraaien.

De Universitaire Medische Centra proberen inmiddels via de Nederlandse Federatie van UMC’s wel meer samen te gaan werken. Maar de inkoopmacht blijft relatief zwak, gecombineerd met een sterke marktmacht vanuit de aanbieders. Wij vinden dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een stevigere rol mag en moet pakken in de zorgsector.

De mogelijke winst is namelijk groot. Gupta Strategists publiceerde dit jaar het rapport “Waardegedreven inkoop, inkoop als strategische topprioriteit voor ziekenhuizen”. Een ziekenhuis realiseerde binnen 12 maanden structureel 18% lagere inkoopkosten zonder op medische kwaliteit voor de patiënt in te boeten.

Als het gaat om de kosten voor hulpmiddelen is er dus nog een wereld te winnen. Bekende goede voorbeelden verdienen natuurlijk daarom navolging. Als de motie wordt aangenomen moet de Tweede Kamer voor 1 juli 2018 daar de resultaten van ontvangen.