Zinnige zorg: niet meer dan nodig, niet minder dan noodzakelijk

Elke burger in Nederland moet erop kunnen vertrouwen dat hij of zij de goede zorg ontvangt. Dat is wat ons betreft niet meer dan nodig, maar ook niet minder dan noodzakelijk. Er wordt soms toch onnodige zorg geleverd. De VVD wil dat voorkomen. Als het gaat om de taakherschikking van de tandartsen naar de mondhygiënisten, dan willen we de komende tijd kijken of de verwachting uitkomt dat de kwaliteit voldoende blijft, maar ook hoe de kosten zich ontwikkelen.

Over deze en veel meer onderwerpen ging de Tweede Kamer in debat. Lees hier de bijdrage van Aukje de Vries of kijk het debat van 1 februari hier terug.

Bijdrage Aukje de Vries

Zinnige zorg
Het eerste punt is zinnige zorg. Elke burger in Nederland moet erop kunnen vertrouwen dat hij of zij de goede zorg ontvangt. Dat is wat ons betreft niet meer dan nodig, maar ook niet minder dan noodzakelijk. Er wordt soms toch onnodige zorg geleverd. Het Zorginstituut loopt een aantal van dat soort trajecten door. Het heeft nu 5% van de zorg doorgelicht. Dat heeft ook besparingen opgeleverd. Wij vinden het tempo in de afgelopen jaren wel erg laag. Zo zijn we, denk ik, volgende eeuw nog bezig. Dat lijkt me niet de bedoeling. Kan de minister meer tempo maken?

Samenhang in de zorg
In het verlengde daarvan kom ik op de samenhang in de zorg. De mensen met de meeste zorgkosten hebben vaak meerdere aandoeningen en lopen bij meerdere specialisten en ziekenhuizen. De samenwerking is dan vaak niet heel goed, met als gevolg dubbele scans, dubbele controles en dubbele onderzoeken. De NZa heeft in de media aangegeven dat ze dat probleem signaleert. Ze vindt dat de regelgeving moet worden aangepast, zodat samenwerking wordt gestimuleerd. We zijn benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt en wat hij gaat doen om dat punt op te pakken, want ook hier zijn forse besparingen mogelijk, zo wordt aangegeven.

Mond- en tandzorg-taakherschikking
Dan de mond- en de tandzorg. De VVD wil allereerst van de minister weten wat de stand van zaken is met betrekking tot de kwaliteitsrichtlijnen voor de mond- en de tandzorg. De minister heeft aangekondigd dat hij een proef wil doen met een herschikking van taken van de tandarts naar de mondhygiënisten. In principe is de VVD daar voorstander van. Wel hebben we daar nog een paar vragen over. De minister heeft aangegeven dat hij ten aanzien van een aantal zaken wil bepalen of het experiment geslaagd is. Dat heeft met een doelmatiger inzet van de hoogwaardige beroepscapaciteit te maken en een bevestiging van de verwachting dat de kwaliteit niet in het geding is. Dat lijkt ons goed, maar na verloop van tijd willen wij wel weten wat het met de kosten doet. Wij vinden dat dit aspect niet ondergesneeuwd mag worden.

Er komt nog een Algemene Maatregel van Bestuur. Worden de betrokken partijen hierover geconsulteerd? Er is veel discussie, bijvoorbeeld over de vraag wat onder de "primaire caviteiten" verstaan moet worden. Is het niet handig om gewoon een definitie daarvan op te nemen? De opleiders hebben een aantal kanttekeningen geplaatst. We willen daar graag een reactie van de minister op.

Tandartsorganisatie AMT heeft aangekondigd eventueel geen stageplaatsen meer beschikbaar te stellen. Ik vind dat soort dreigementen niet zo op z'n plek. We maken hier met z'n allen een keuze en dan vind ik dat niet passend.

Verzekering, pakkettoelating en verschuiving naar eerstelijnszorg
Ik heb nog een paar andere punten, allereerst de aanvullende verzekering. De minister komt nog met een reactie en een visie. Wij vragen hem daarbij ook te kijken naar het meenemen van rechten die opgebouwd zijn, bijvoorbeeld als je al langer een aanvullende verzekering hebt.

Een aantal collega's heeft het gehad over de verschuiving van de tweede- naar de eerstelijnszorg. Als die verschuiving plaatsvindt, bestaat de kans dat er minder kosten worden gemaakt in de tweedelijnszorg. We zijn benieuwd hoe de minister dat wil oplossen. We zien al voorbeelden van zorgverzekeraars en ziekenhuizen die hierover goede afspraken maken. Volgens ons verdienen die navolging.

Dan de regeling voorwaardelijke pakkettoelating. De minister heeft gezegd dat hij met een nieuwe regeling komt. Dat is een goede zaak. Wij vinden het wel belangrijk dat de betrokken sectoren en ook de nieuwe, innovatieve bedrijven daar goed bij betrokken worden en dat zij ook uit de voeten kunnen met deze regeling. Anders hebben we straks weer een regeling die niet goed werkt.

Regeldruk
Dan heb ik nog een laatste punt. Gisteren hebben we het al over de regeldruk gehad. Op de agenda staat ook het rapport over de huisartsen. Er is al een exercitie geweest, maar de huisartsen geven aan daar niets van te merken. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. De zorgprofessionals moeten in de praktijk wel merken dat er minder regels komen. We zijn benieuwd hoe de minister voor de toekomstige schrapsessies hieraan meer invulling kan geven, zodat het daadwerkelijk op de werkvloer wordt gevoeld.