Aanvullende geneeskundige zorg voor kwetsbare groepen eerste lijn

Bij de vormgeving van de Wet langdurige zorg (Wlz) is het voornemen uitgesproken om de zorg voor specifieke doelgroepen onder te brengen in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De VVD vindt het in principe logisch om verzekerden zonder de behoefte aan Wlz-zorg onder de Zvw te brengen, omdat het hier niet gaat om een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het is belangrijk dat het voor patiënten en zorgprofessionals duidelijk is bij wie zij op welk moment met welke zorgvraag terecht kunnen. De VVD vraagt in een schriftelijk overleg over dit onderwerp onder andere of de minister kan aangeven hoe hier in dit geval sprake van is. 

Het schriftelijk overleg vindt  plaats over de brief inzake “Aanvullende geneeskundige zorg voor kwetsbare groepen in de eerste lijn”. De VVD heeft daar verder nog de volgende vragen en opmerkingen bij.

De leden van de VVD-fractie willen graag inzicht in de ervaringen tot nu toe met de ‘Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling’. Hoe heeft de subsidieregeling gewerkt? Hoe was de ervaring van patiënten met deze tijdelijke subsidieregeling? En de ervaring van zorgprofessionals? Welke voor- en nadelen heeft deze tijdelijke subsidieregeling ten opzichte van het onderbrengen onder de Zvw? Wat zijn de gevolgen van het onderbrengen onder Zvw voor patiënten? Wat zijn de gevolgen voor de zorgprofessionals?

Kan de minister een toelichting geven op de gevolgen voor de zorgpremie van het onderbrengen van de aanvullende geneeskundige zorg voor kwetsbare groepen onder de Zvw? Welke gevolgen heeft de overheveling voor de uitgaven voor deze zorg? Deze leden vragen zich dit in het bijzonder af, omdat de NZa een volumegroei verwacht door gewenste substitutie, de maatschappelijke trend om langer zelfstandig thuis te wonen en het vervallen van de indicatiestelling door het CIZ. Op welke wijze is het kabinet voornemens om grip te houden op de kosten? Welke invloed heeft het al dan niet invoeren van het eigen risico (eventueel voor delen) op de kosten? En hoe geldt dat voor de inzet van het macrobeheersingsinstrument? Welke mogelijkheden ziet de minister om hierover afspraken te maken in de  nieuwe hoofdlijnenakkoorden?

Hoe is de financiering van de Tijdelijke subsidieregeling nu geregeld? Als de regeling uit de begroting wordt gefinancierd, worden de middelen voor de tijdelijke subsidieregeling na het onderbrengen onder Zvw ook geschrapt in de begroting, of wel wordt op dat moment bezuinigd? Hoe wordt anders voorkomen dat het gevolg zou kunnen zijn dat mensen via de zorgpremie extra gaan betalen?

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in haar advies aangegeven dat er voorafgaand aan de uitwerking in prestaties en tarieven nog een aantal besluiten moet worden genomen door de minister. De brief geeft nog geen duidelijkheid over de keuzes of de richting die de minister op wil. Kan de minister al meer duidelijkheid geven over de gewenste richting? Zo nee, waarom niet? Wanneer worden deze keuzes gemaakt? Hoe wordt de Tweede Kamer daarbij betrokken?

De leden van de VVD-fractie lezen in de brief dat de minister deze overheveling naar de Zvw wil bezien in samenhang met het eerstelijnsverblijf (ELV) en de (ambulante) geriatrische revalidatiezorg (GRZ). Wat zijn volgens de minister de criteria om iets wel of niet onder te brengen onder de Zvw? Wanneer komt de minister met voorstellen met betrekking tot ELV en GRZ in relatie tot de Zvw?

De keuzes kunnen gevolgen hebben voor de administratieve lasten bij zorgaanbieders en dus zorgprofessionals. Klopt het dat de administratieve lasten toenemen, omdat de prestaties niet langer geclusterd in rekening kunnen worden gebracht, maar per patiënt? Hoe neemt de minister het punt van de administratieve lasten mee in de uiteindelijke afweging?

De Nza adviseert om toe te werken naar een multidisciplinaire, integrale vorm van bekostiging van deze zorg in de Zvw. Het realiseren daarvan is op korte termijn niet haalbaar en uitvoerbaar.  Waarom is een multidisciplinaire integrale vorm van bekostiging niet haalbaar en uitvoerbaar? Wat zouden de voor- en nadelen  zijn van een dergelijke bekostiging? In hoeverre worden er na de overheveling voldoende zorgarrangementen geboden die passen bij thuiswonende cliënten? En in hoeverre krijgen thuiswonende cliënten ook keuzevrijheid bij de inrichting van de zorg?

Bij de uitwerking van de prestatiebeschrijvingen wordt de terminologie in lijn gebracht met de terminologie in de Zorgverzekeringswet. De leden van de VVD-fractie vragen de minister op welke wijze ervoor wordt gezorgd dat de nieuwe terminologie herkenbaar is en blijft in de praktijk? Is het mogelijk dat de aanpassing van de terminologie voor de Zvw effect heeft op de inhoud van de zorg?

Waarom is het vrijgeven van de tarieven op dit moment niet wenselijk (zoals de NZa aangeeft)? Welke gevolgen zou dit hebben voor de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid?

Vanuit de “Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling” wordt ook gedeeltelijk de zorg en behandeling die specialisten ouderengeneeskunde buiten het verpleeghuis leveren gefinancierd.

Hoe ziet de financiering van de zorg en behandeling die specialisten ouderengeneeskunde buiten het verpleeghuis bieden er momenteel uit? Hoe ziet de financiering er straks uit na de overheveling van de aanvullende geneeskundige zorg voor kwetsbare groepen naar de Zvw en het vervallen van de “Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling? Is er voor specialisten ouderengeneeskunde en andere betrokken partijen die dat willen mogelijkheid om gebruik te maken van de facultatieve prestatie eerstelijnsdiagnostiek door medisch-specialisten?

Hoe ziet de minister in het verlengde hiervan de toekomstige financiering van de specialist ouderengeneeskunde? Welke mogelijkheden ziet de minister voor een aparte aanspraak voor de specialist ouderengeneeskunde in de Zvw?