Medisch specialistische zorg en ziekenhuiszorg

Er is alle reden om trots te zijn op onze ziekenzorg. De kwaliteit, de prijs en toegankelijkheid zijn goed, zeker in vergelijking met andere landen. 4 april sprak de Kamer hierover in het Algemeen Overleg Medisch specialistische zorg, ziekenhuiszorg, kapitaallasten en curatieve zorg. Natuurlijk zijn er altijd verbeteringen mogelijk. Voor de VVD is het uitgangspunt goede zorg voor iedereen op de juiste plek op het juiste moment. Lees hier de bijdrage van Aukje de Vries namens de VVD.

Zorg op de juiste plek – zorg dichtbij

De VVD wil goede zorg op de juiste plek, waar dat kan moet dat dichtbij de mensen. Het is daarom belangrijk dat er taakverschuiving gaat plaats vinden en een verschuiving van de tweedelijnszorg naar de eerstelijnszorg (substitutie). Voor de VVD geldt het principe budget volgt zorg. Substitutie zal dus ook moeten leiden tot minder geld in de tweedelijnszorg en meer in de eerstelijnszorg. Want de druk op bijvoorbeeld de huisartsen is nu al groot. In ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen is dat onder druk van de zorgverzekeraar ook daadwerkelijk gebeurt. In hoeverre gaat dit ook onderdeel uitmaken van de hoofdlijnenakkoorden waar de Minister op dit moment aan werkt?

Het kan niet zo zijn dat taken worden overgeheveld naar de eerstelijnszorg en de tweedelijnszorg de gecreëerde ruimte opvult met extra behandelingen.

We willen zorg dichtbij organiseren, dat betekent dus ook veel meer buiten de ziekenhuismuren. De kapitaallasten van het vastgoed van ziekenhuizen kunnen in sommige gevallen een knelpunt zijn bij de substitutie. Welke mogelijkheden ziet de minister om dit probleem op te lossen? Welke goede praktijkvoorbeelden zijn er, bijvoorbeeld als het gaat om om- en afbouwen van vastgoed? En hoe kan hierover meer informatie gedeeld worden?

Zorg op het juiste moment - wachttijden

In de medisch specialistische zorg zijn er helaas voor sommige specialismen ook wachttijden. Het kan natuurlijk gebeuren dat er tijdelijk geen plek is. Het is dan zaak dat er een passend en tijdig alternatief in de regio is. Zorgverzekeraars moeten daarom inzetten op zorgbemiddeling in het kader van de zorgplicht. De Nederlandse Zorg autoriteit (NZa) heeft een actieplan ontwikkeld. Maar het is zorgelijk dat partijen met name naar elkaar wijzen voor de oplossing.

Welke mogelijkheden heeft de NZa om te handhaven bij zowel de zorgaanbieder als de zorgverzekeraar wat betreft de wachttijden? En hoe vaak is dit al ingezet in de afgelopen jaren?

De NZa noemt de druk op de spoedeisende hulp en daardoor de verschuiving van planbare zorg naar acute zorg als een van de oorzaken voor wachtlijsten. Ouderen liggen soms in een ziekenhuisbed, terwijl dit niet de juiste plek is. Er wordt al extra geld vrijgemaakt voor het eerstelijnsverblijf (ELV). Werkt dit nu ook beter en kunnen betrokken organisaties elkaar nu al wel beter vinden? En is er ook niet een tekort aan plekken in de geriatrische revalidatie voorziening (GRZ). Er moet zicht zijn op de hoeveelheid plekken in SEH’s, ziekenhuizen en aansluitend verblijf en dus de beschikbaarheid zijn, maar ook op de behoefte c.q. vraag. Wat gaat de Minister daaraan doen? Er moet per 1 april van dit jaar een regionaal dekkend netwerk van coördinatiepunten zijn voor de ELV’s. De VVD wil dat ook de GRZ daar onderdeel van uit gaat maken.

Goede zorg – betaalbare zorg

Zorg moeten worden betaald op basis van de kwaliteit van zorg, een goede behandeling en de tevredenheid na afloop van de behandeling (uitkomstbekostiging). Dus niet alleen op basis van het aantal uren dat aan een behandeling is besteed. Het kabinet zet in op het ontwikkelen van uitkomstindicatoren. Dat is natuurlijk mooi, maar we moeten er ook iets mee doen. Hoe en wanneer gaat de minister ook vervolgstappen zetten op meer uitkomstbekostiging, bijvoorbeeld in de vorm van een experiment?

Enkele topmedici hebben een pleidooi gehouden voor meer aandacht voor leefstijlgeneeskunde. De onderzoeksresultaten over de omkeerbaarheid van diabetes type 2 zijn bijvoorbeeld niet alleen goed, maar bieden ook zicht op medische en financiële winst. De VVD is voor een aanpak die bewezen effectief is. Leefstijlgeneeskunde dringt nog onvoldoende door tot het protocol en curriculum geneeskunde, en ook (herhaal-)onderzoek komt nog niet echt van de grond. Hoe wil de minister deze mogelijkheid verder vorm en inhoud geven?