VVD over MSC Zoe: Geduld raakt op

Begin 2019 heeft het containerschip MSC Zoë 342 containers verloren. Nu, bijna 11 maanden later, zijn de directe opruimkosten nog maar slechts deels vergoed. Het geduld van de VVD raakt op. Eerder gaf de Minister aan in te zetten op snelheid, maar de afhandeling is nog steeds niet naar tevredenheid opgelost. Daarom hebben VVD Kamerleden Aukje de Vries en Remco Dijkstra vragen gesteld aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat of de afhandeling uiterlijk eind 2019 kan worden afgerond, en zo niet, welke mogelijkheden de Minister van Infrastructuur en Waterstaat dan heeft om juridische instrumenten in te zetten.

Artikel Leeuwarder Courant n.a.v. schriftelijke vragen.

Schriftelijke vragen van het lid Aukje de Vries en Remco Dijkstra (beiden VVD) aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht ''MSC Zoe: nog 2 containers en een regeling te gaan'' (Leeuwarder Courant , d.d. 13 november 2019).

  1. Kent de Minister het bericht ''MSC Zoe: nog 2 containers en een regeling te gaan''? Wat vindt de Minister van het bericht?
  2. Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de afhandeling en uitkering van de schadevergoeding door MSC Zoë?
  3. Kan de Minister aangeven hoe het contact met de rederij en de verzekeraar van de rederij verloopt?
  4. Kan de Minister aangeven waarom de volledige opruimkosten nog maar slechts deels zijn vergoed door de rederij en waarom de afhandeling zo oneindig lang duurt?
  5. Wat vindt de Minister van het feit dat direct gemaakte opruimkosten nog maar slechts deels vergoed zijn door rederij MSC, 11 maanden na het verliezen van de 342 containers? Hoe moet dit gezien worden tot eerdere uitspraken, die u deed in de brief (29684-184, d.d. 10 juli 2019), waarbij u blijft inzetten op snelheid?
  6. Wanneer kan de afhandeling van de schade door de rederij naar tevredenheid eindelijk opgelost worden, want het geduld van de VVD-fractie begint behoorlijk op te raken? Kan dit uiterlijk eind 2019 zijn afgehandeld c.q. Kan het geld dan uiterlijk zijn over gemaakt?
  7. Hoelang wacht de Minister nog totdat er steviger juridische instrumenten worden ingezet? Hoe moet dit gezien worden tot eerdere uitspraken, die u deed in de antwoorden op de schriftelijke vragen (2019D37148, d.d. 2 oktober 2019), waarbij u inzet op juridische middelen indien de minnelijke overeenstemming niet mogelijk is?
  8. Welke juridische instrumenten kan en/of gaat de Minister inzetten? Wanneer gaat de Minister deze inzetten?
  9. Is de Minister het met de VVD eens dat de schade-afhandeling nu eindelijk eens snel moet worden afgerond en juridische middelen op korte termijn moeten worden ingezet indien afhandeling niet snel plaatsvindt?