Veilige en stabiele financiële sector van groot belang

Een debat over de toekomst van ons geldstelsel lijkt de ver-van-je-bed-show. Maar een veilige en stabiele financiële sector is van groot belang. Dat hebben we helaas de afgelopen jaren kunnen zien. Meer diversiteit in de bankensector is daarbij van belang. De VVD vindt, net als de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid, een overgang naar een publiek geldsysteem een ongewenst en risicovol experiment. De VVD wil daarom dat er ook aandacht blijft voor de risico’s bij het digitaal centralebankgeld. Uit het DNB-rapport blijkt dat invoering een brede en forse invloed heeft op het monetaire en financiële stelsel en daarmee op de publieke taken en verantwoordelijkheden van centrale banken en overheden. Zo heeft het implicaties voor het monetaire beleid, het betalingsverkeer, de financiële stabiliteit en het toezicht op de financiële sector.

Inbreng Aukje de Vries debat over de toekomst van ons geldstelsel d.d. 24 juni 2020:

In dit debat zijn het rapport van Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over ons geldstelsel, de initiatiefnota van de SP over 100% veilig sparen en het digitaal centralebankgeld (DCBC) aan de orde.

Ook van mijn kant complimenten aan de heer Alkaya voor het initiatief. Het is altijd enorm veel werk om dit als Kamerlid voor elkaar te boksen.

Het is ook zeker een belangrijk onderwerp. Als je geld spaart voor later, voor een investering in je huis of bedrijf of gewoon als appeltje voor de dorst, moet dat gewoon veilig zijn. Helaas hebben we de laatste decennia gezien dat iets wat zo vanzelfsprekend zou moeten zijn, dat niet altijd is. De VVD hecht net als de SP groot belang aan een veilige en stabiele bankensector. De afgelopen jaren is daar natuurlijk ook al op ingezet.

De VVD vindt dat er in de bankensector echter nog wel wat moet gebeuren om dat definitief te regelen. De VVD ziet dat het huidige stelsel zeker nog niet perfect is. Zo moet de financiële sector definitief van een halve overheidssector met een mentaliteit van "wanneer het misgaat, betaalt de overheid wel", terug naar een normale sector binnen de economie. Een bank die omvalt, hoort niet door de belastingbetaler te worden gered maar door zijn investeerders.

Voorzitter. Mijn fractie is nog niet overtuigd van de voorstellen in deze initiatiefnota. Ik bied de SP natuurlijk graag de kans om ons nog te overtuigen. Ik vraag de SP daarom ook in te gaan op de kritiek van het Centraal Planbureau en de risicorapportage, waarbij ze zeggen dat een depositobank weinig kan toevoegen. En hoe gaat de SP om met andere vormen van risico's, bijvoorbeeld het ICT-risico bij een depositobank? Hoe garandeert de SP daar honderd procent veilig sparen, zonder spaarders de spreekwoordelijke knollen voor citroenen te verkopen?

Voorzitter. Wat willen wij als VVD dan wel? Wij willen inzetten op keuzevrijheid. Qua keuzevrijheid is er in de financiële sector nog fors wat te wensen. De VVD zet daarom in op meer diversiteit in de bankensector, met initiatieven als een bankvergunning light, het stimuleren en het faciliteren van fintechinitiatieven, en het vergemakkelijken van het overstappen naar een andere bank. Alleen door banken meer concurrentie op te dringen, worden ze gedwongen te veranderen. Er is hierin overigens niet alleen een rol voor overheidswetgeving maar zeker ook voor banken zelf. Ook bij banken zelf moet er nog voldoende gebeuren om de cultuur binnen de financiële sector te verbeteren.

Voorzitter. Dan het WRR-rapport. De WRR constateert dat niet eenduidig vast te stellen is of een publiek geldsysteem beter functioneert dan het huidige systeem. De WRR acht een overgang naar een publiek geldsysteem een ongewenst en risicovol experiment. Zeker nu we ons in een economische crisis bevinden, is mijn fractie behoedzaam met experimenten met spaarders. Risico's ziet de WRR in overmatige geldschepping door ECB, onvoldoende kredietverlening en het ontstaan van schaduwgeld. De VVD sluit zich hierbij aan. Het is een beetje vragen naar de bekende weg bij de minister, maar ik vraag toch om een reflectie op deze elementen.

Voorzitter. Ten slotte het digitaal centralebankgeld. DNB heeft onderzoek gedaan en onderschrijft dat het wenselijk is dat er een publieke vorm van geld in gebruik blijft. DNB en de minister hebben daarom een positieve grondhouding. Als optimistische partij zijn wij altijd geneigd om een positieve basishouding over te nemen, maar toch heb ik nog wel een stevig aantal vragen.

Invoering van het geld is een structurele hervorming waarvan niet alle effecten op voorhand duidelijk zijn, zoals de minister zelf ook aangeeft. Uit het DNB-rapport blijkt dat invoering een brede en forse invloed heeft op het monetaire en financiële stelsel, en daarmee op de publieke taken en verantwoordelijkheden van centrale banken en overheden. Zo heeft het implicaties voor het monetair beleid, het betalingsverkeer, de financiële stabiliteit en het toezicht op de financiële sector. Hoe verhouden deze risico's zich tot de positieve grondhouding van de minister?

We moeten altijd streven naar innovatie en vernieuwing. Dat gaf ik net zelf ook al aan. Maar met experimenten in het geldstelsel moet je wel voorzichtig zijn. Dat betekent dat je ook met een eerlijke blik naar de risico's moet kijken. Kan de minister daarop reflecteren? Wil hij ingaan op die risico's van digitaal centralebankgeld? Wat vindt de minister van het feit dat aangegeven wordt dat het risico van een bankrun wordt vergroot? Hoe kijkt hij daarnaar? Welke gevolgen kan dit hebben voor de financiële stabiliteit? Hoe kijkt de minister naar het feit dat digitaal centralebankgeld een concurrent is voor de commerciële banken en dat de toezichthouder van die banken dan eigenlijk een concurrent is? En wie houdt bij digitaal centralebankgeld toezicht op DNB of ECB?

De VVD is altijd een groot voorstander van fintech. Welke nieuwe technologische mogelijkheden ziet de minister bij digitaal centralebankgeld? Ziet de minister digitaal centralebankgeld als een vervanger voor contant geld? Daar lijkt het namelijk wel een beetje op. De VVD vindt het belangrijk dat er in de toekomst ook nog een rol blijft voor contant geld, zeker ook voor de ouderen. Budgetteren gaat daarmee ook vaak veel beter.

Nederland kan niet zelf besluiten tot het invoeren van digitaal centralebankgeld. Het eurosysteem, de ECB, zou moeten besluiten om te gaan experimenteren. DNB wil daar dan een voortrekkersrol in spelen. Wij zijn wel benieuwd hoe dat traject en de planning eruitzien. En welke opdracht heeft de taskforce die de ECB heeft ingesteld, gekregen?

Dank u wel, voorzitter.