Schriftelijke vragen over overnemen vaccin-overschotten andere landen

De VVD vindt het belangrijk om zo zoveel mogelijk mensen snel te kunnen vaccineren. Daarvoor is de hoeveelheid beschikbare vaccins van belang. Als er in andere EU-lidstaten overschotten zijn, dan moet Nederland deze indien mogelijk overnemen. Daarom heeft de VVD samen met de D66 schriftelijke vragen gesteld aan de minister van VWS naar aanleiding van het besluit van Denemarken het Janssen-vaccin niet meer te gebruiken in hun vaccinatieprogramma. VVD en D66 willen weten welke acties de minister heeft ondernomen of bereid is te ondernemen. De VVD wil dat vaccins die in een EU-lidstaat niet worden ingezet, kunnen worden gebruikt in een andere EU-lidstaat.

 

Schriftelijke vragen van de leden Paternotte (D66) en Aukje de Vries (VVD) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat Denemarken stopt met het Janssen-vaccin in hun vaccinatieprogramma

1. Hoe beoordeelt u het bericht: “Denmark pulls Johnson & Johnson jab from vaccination program”?

2. Wat zijn de plannen van Denemarken voor zowel het Janssen-vaccin als het AstraZeneca- vaccin, nu deze vaccins geen onderdeel meer zijn van de vaccinatiestrategie?

3. Heeft u contact gezocht met de Deense autoriteiten en, al dan niet via de Europese Commissie, nagevraagd wat zij van plan zijn met de overschotten van vaccins indien de Deense bevolking, ook op vrijwillige basis, geen behoefte meer heeft aan deze vaccins?

4. Wat is er in Europees verband afgesproken over vaccins die landen niet meer willen gebruiken voor hun vaccinatiestrategie?

5. Zijn er afspraken binnen de Europese Unie over het herverdelen van vaccins over lidstaten indien een lidstaat overschotten heeft aan vaccins en/of vaccins niet meer wil gebruiken voor hun eigen vaccinatiestrategie?

6. Staat het lidstaten vrij om overschotten van vaccins te exporteren naar landen buiten de Europese Unie?

7. Bent u bereid om overschotten van het Janssen-vaccin en het AstraZeneca-vaccin over te kopen van Denemarken, al dan niet samen met andere lidstaten?

8. Kunt u deze vragen ieder afzonderlijk en uiterlijk voor het volgende debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus beantwoorden?