VNO-NCW dreigt vertrouwen op te zeggen in college van GS

Op 4 oktober 2012 heeft VNO-NCW Noord een brief geschreven aan het college van GS. Hierin spreken zij op zijn zachtst gezegd het ongenoegen uit over de gang van zaken rondom de (start)notitie alternatief investeringsplan niet doorgaan spoorlijn Heerenveen-Drachten-Groningen. VNO-NCW geeft aan mogelijk het vertrouwen in het college van GS op te zeggen. VVD Fryslân vindt ontstane situatie zorgelijk en heeft schriftelijke vragen ingediend.

De VVD is van mening dat op het gebied van economie samen opgetrokken moet worden met de vertegenwoordigende instanties van het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven zorgt voor banen, niet de overheid.

Hieronder de schriftelijke vragen zoals gesteld aan college van GS.

 

SCHRIFTELIJKE VRAGEN, ex artikel 39 Reglement van Orde

 

Gericht aan

GS / lid van GS

 

Het college van Gedeputeerde Staten

Onderwerp

 

VNO-NCW Noord

Vraag / Vragen

 

In de brief van 4 oktober 2012 aan het college van GS spreekt VNO-NCW Noord op zijn zachtst gezegd het ongenoegen uit over de gang van zaken rondom de (start)notitie alternatief investeringsplan niet doorgaan spoorlijn Heerenveen-Drachten-Groningen. De VVD is geschrokken van de brief. Het is ook niet het eerste signaal dat de VVD over de relatie college van GS en bedrijfsleven ontvangt. De VVD vindt dit zorgelijk.

 

1. Is GS op de hoogte van de brief van VNO-NCW Noord d.d. 4 oktober 2012? Wat vindt het college van GS van deze brief?

 

2. Kunnen wij de in de brief van 4 oktober jl. genoemde brieven en verslagen ontvangen? Zo nee, waarom niet?

 

3. Wat vindt het college van GS op dit moment van haar relatie met het bedrijfsleven en de vertegenwoordigende instanties van het bedrijfsleven? En wat is het beeld dat het college heeft hoe de samenwerking met het bedrijfsleven loopt?

 

4. Heeft het college van GS de toezegging gedaan om VNO-NCW Noord nauw te betrekken bij de besteding van de vrijvallende middelen toen het bestuurlijke voornemen bekend werd om de spoorlijn af te blazen? Zo nee, welke toezegging heeft het college dan gedaan? Indien ja, hoe is deze toezegging nagekomen? Zo nee, waarom is de toezegging niet nagekomen?

 

5. Was er sprake van het streven om een convenant op te stellen, waarin een gezamenlijke investeringsagenda zou worden gepresenteerd? Zo ja, is deze er gekomen en kunnen wij die dan ontvangen? Zo nee, waarom niet?

 

6. Zou er medio oktober 2012 een vervolgoverleg zijn waarin de voorstellen van VNO-NCW Noord zouden worden besproken? Zo ja, hoe verklaart GS dan dat er een (start)notitie ligt? Hoe is VNO-NCW Noord bij de (start)notitie betrokken geweest?

 

7. Wat vindt het college van GS van de inhoudelijke voorstellen van VNO-NCW Noord?

 

8. Is het college van GS van mening dat mede dankzij de niet aflatende inspanningen van VNO-NCW Noord er een serieus alternatief pakket naar het Noorden is gekomen? Indien ja, had GS deze belangrijke stakeholder dan niet nauwer bij deze notitie moeten betrekken? Waarom wel/niet?

 

9. Heeft het college van GS bij het overleg van 9 juli jl. aangegeven dat het destijds niet betrekken van VNO-NCW Noord bij de verdeling van het alternatieve pakket vanwege het niet doorgaan van de Zuiderzeelijn anders had moeten gaan, en dat bij het beslissen over de alternatieve besteding van de vrijvallende middelen van de spoorlijn Heerenveen-Groningen deze omissie zou worden rechtgetrokken? Zo ja, is dit gebeurt? Waarom wel/niet?

 

10. Is het college van GS bereid om op korte termijn een collegebreed overleg te hebben met het bestuur van VNO-NCW Noord? Waarom wel/niet?

 

11. VNO-NCW Noord geeft aan mogelijk het vertrouwen in het college van GS op te zeggen. Welke conclusies trekt het college van GS hieruit? Wat gaat het college van GS doen om de relatie met VNO-NCW Noord te verbeteren c.q. te herstellen?

 

 

 

Indiener (s)


VVD

 

Otto van der Galien en Aukje de Vries, VVD Statenfractie