VVD zet vraagtekens bij kop op Europese beleggingsrichtlijn

De Europese beleggingsrichtlijn MiFID II en MiFIR is een aanpak van gebrek aan beleggersbescherming en transparantie en het tegengaan van inefficiëntie en te hoge kosten. De VVD wil wel dat maatregelen proportioneel en effectief zijn en vraagt nadrukkelijk aandacht voor de administratieve lasten, regeldruk en concurrentiepositie. De minister wil in 2014 een provisieverbod voor beleggingsondernemingen instellen. De VVD zet daar vraagtekens bij. Het betekent een kop op Europese regelgeving en de VVD is daar geen voorstander van, aldus Tweede Kamerlid Aukje de Vries.





Spreektekst Aukje de Vries tijdens Algemeen Overleg MiFID II/MiFIR op 28 november 2013

De Europese beleggingsrichtlijn MiFID II en MiFIR is een aanpak van het gebrek aan beleggersbescherming en transparantie en het tegengaan van inefficiëntie en te hoge kosten. Daar kan natuurlijk niemand tegen zijn. Maar het gaat er wel om hoe je het invult. Daarom wil de VVD van de minister weten wat deze richtlijn doet voor de administratieve lasten, regeldruk en concurrentiepositie? En of de voorgestelde maatregelen proportioneel en effectief? En lopen we als regelgever niet continu achter de feiten aan en zijn we de vorige oorlog aan het winnen? De VVD is ook benieuwd naar de visie van de minister hoe dit probleem is op te lossen.

De VVD is voorstander van zoveel mogelijk transparantie, omdat beleggers daardoor een beter geïnformeerde beslissing kunnen nemen. Maar de VVD vindt dat beleggers ook zeker een eigen verantwoordelijkheid hebben. De VVD is, net als het Kabinet, tegen koppen op Europese wetgeving.

En dan kom ik ook direct bij het provisieverbod. Er zit in de Europese regelgeving een verbod op het vasthouden van provisies opgenomen, dat wil zeggen dat de beleggingsonderneming de provisies moet doorgeven aan de klant. De minister geeft echter aan dat hij in Nederland wel een volledig provisieverbod wil invoeren. De VVD is niet tegen een provisieverbod, maar vindt dat je dit niet als nationale kop moet regelen. Zeker omdat dit een internationale sector is. Het zorgt voor een ongelijk speelveld en is schadelijk voor de concurrentiepositie. Wat is volgens de minister nu de meerwaarde van een Nederlands verbod ten opzichte van het provisieverbod in de Europese regelgeving? En wat zijn de risico’s en gevolgen daarvan? Het Europese provisieverbod gaat naar verwachting ook pas in op 1 januari 2016 en in Nederland dus op 1 januari 2014.

High frequency trading of flitshandel. De VVD wil dit niet verbieden, want het heeft ook voordelen. Het leidt tot meer liquiditeit, krappere speads en efficiëntere markten. De risico’s moeten goed in kaart zijn, uitwassen moeten worden voorkomen, en er moet adequaat toezicht zijn. De voorgestelde maatregelen zijn bedoeld om de risico’s aan te pakken. Maar de voordelen moeten wel voldoende overeind blijven. In hoeverre is de balans nog goed? Worden door de maatregelen het gebruik van algoritme handel of HFT-techniek niet ontmoedigd of beperkt? Dat wil de VVD namelijk niet.

De VVD is voorstander van “open access” (non-discriminatoire toegang tot clearinghuizen en handelsplatformen), omdat de markt daardoor meer concurrerend wordt en bestaande handels-monopolies worden doorbroken. Het is belangrijk dat zoveel mogelijk derivaten centraal gecleared worden. De VVD wil weten in welke mate dit nog het geval is door het compromisvoorstel, waarbij aan bezwaren van tegenstanders is tegemoet gekomen.

Als het gaat om grondstoffenderivaten die worden verhandeld op een gereguleerd handelsplatform moet de nationale toezichthouder de positielimieten gaan vaststellen en toepassen. De VVD is beducht voor het feit dat de toezichthouder regelgever wordt en dat er grote verschillen tussen landen kunnen ontstaan. De VVD wil van de minister weten hoe dit kan worden voorkomen en hoe dit bij andere onderwerpen in MiFID II/MiFIR zit.

De VVD wil weten wat de stand van zaken nu is met betrekking tot de onderhandelingen over de richtlijn.