VVD kiest voor bewoners en ondernemers Waddeneilanden

Op 27 november debatteerde de Tweede Kamer over de 'veerbotenoorlog', de veerbotenkwestie die al lange tijd speelt op de lijn Harlingen-Terschelling, en waarvan ook Vlieland de dupe dreigde te worden. Uitgangspunt voor de VVD is dat eilanders en ondernemers op de eilanden niet het slachtoffer mogen worden van deze veerbotenoorlog. VVD-Kamerlid Aukje de Vries was kritisch over de oplossing van staatssecretaris Mansveld om het contract met EVT te verbreken, en had een flink aantal vragen. "Het is een zeer moeilijke beslissing, maar wel de minst slechte van meerdere kwaden aangezien deze kwestie alleen maar verliezers kent", aldus De Vries. De VVD wil nog steeds marktwerking en op termijn toe naar concurrentie 'rond de veerdienst', oftewel het openbaar aanbesteden van de concessie. 

Omrop Fryslan: Keamer stiet achter EVT-beslút >>

Spreektekst Aukje de Vries tijdens Algemeen Overleg Waddenveren 27 november 2013

Voorzitter, de veerdienst naar Vlieland en Terschelling is een langslepend dossier. Een onderhandse concessie, die nog niet onherroepelijk is, en waarover wordt geprocedeerd, een tijdelijk contract en tijdelijk medegebruik. Het is ontaard in een heuse veerbotenoorlog, met als voorlopig laatste actie dat de staatssecretaris EVT uit de vaart haalt. Dit proces kent eigenlijk alleen maar verliezers. En laat ik direct zeggen dat wij als VVD geen keuze voor of tegen Doeksen of EVT maken, ongeacht ons standpunt. Voor de VVD zijn de eilanders en de ondernemers op de eilanden het allerbelangrijkste. Zij mogen niet de dupe worden van deze veerbotenoorlog. De VVD heeft eerder de staatssecretaris ook opgeroepen om in actie te komen, omdat bewoners, scholieren, ondernemers en toeristen wel degelijk het kind van de rekening werden. Dat heeft ze ook gedaan en daarover heeft de VVD nog de nodige vragen.

Voorzitter, de VVD is voorstander van marktwerking. De VVD wil op termijn toe naar concurrentie ‘rond de veerdienst’, dat wil zeggen de concessie openbaar aanbesteden. Net zoals dit nu gebeurt bij de regionale spoorlijnen en busdiensten.  En met succes, de kwaliteit is beter en de prijs is lager. De VVD ziet dat de concurrentie van EVT ook goede dingen heeft gebracht en Doeksen heeft gedwongen tot een betere service en kwaliteit. De VVD wil van de staatssecretaris daarom weten welke afspraken er nu zijn gemaakt over de prijs, kwaliteit, service en dienstregeling met Doeksen tot de concessie onherroepelijk is, en dus niet alleen voor de winterdienstregeling. 

Dan het proces tot nu toe. De concessie was destijds bedoeld om de veerdienst voor een bepaalde periode aan één partij te gunnen en voor een volgende concessie een aanbestedingsprocedure. Waar het fout is gegaan, en wat de VVD niet begrijpt, is dat er een concessie is overeengekomen die één vervoerder toestaat en dat in de tussentijd een contract wordt afgesloten waarin medegebruik wel mogelijk is. Kan de staatssecretaris dat uitleggen?

De VVD wil verder van de staatssecretaris weten waarom de door de staatssecretaris gekozen oplossing de enige en beste oplossing is voor het probleem. Waren er oplossingen mogelijk en haalbaar met minder risico’s en betere resultaten? 

De VVD vindt het spijtig dat de betrokkenen er niet in goed overleg zijn uitgekomen. De VVD heeft kritiek op het proces tot nu toe. Het duurt allemaal ongelofelijk lang, ook bij het ministerie. Wat is er volgens de staatssecretaris misgegaan in het hele proces? In hoeverre is er serieus gesproken met EVT over hun aanbod en om tot een gezamenlijke oplossing te komen? En zou dit alsnog een optie zijn? Is er ruimte voor twee rederijen om rendabel en volwaardig te varen op de lijnen naar Terschelling en Vlieland? Zouden de betrokken partijen vanuit mededingingsoogpunt tot afspraken over een verdeling van de markt hebben mogen komen? Dan kom ik ook bij de ACM. Wat vindt de ACM van de actie van de staatssecretaris? Hoe zit het met de ACM-brief van 13 november jl.? 

Het besluit van de staatssecretaris kan juridische risico’s en schadeclaims met zich meebrengen. Welke juridische risico’s zijn er? Hoe schat de staatssecretaris die in? Wat kunnen eventuele schadeclaims zijn? Welke juridische adviezen heeft de staatssecretaris ingewonnen en wat zijn de uitkomsten daarvan? Hoe zeker is de staatssecretaris dat dit juridisch gezien een houdbare oplossing is?