Vaste verantwoordingsdag moet blijven

VerantwoordingsdagDe derde woensdag in mei is traditioneel Verantwoordingsdag. Deze dag stond al te boek als het onbekende broertje van Prinsjesdag. Nu staat het voortbestaan van de dag in zijn geheel ter discussie. Onbegrijpelijk, zo vindt de VVD. Begrotingsdiscipline staat, zeker nu, hoog in het vaandel. Het afleggen van verantwoording is daar een wezenlijk onderdeel van. Dit geijkte moment, waarop het kabinet met de billen bloot gaat ten overstaan van de Tweede Kamer en het volk, moet dan ook behouden blijven.                                       

Bericht VVD.nl >>>

Spreektekst Aukje de Vries bij Nota-overleg Hoofdlijnennotitie Modernisering Comptabiliteitswet:

 

Voorzitter, de Comptabiliteitswet gaat over een belangrijk recht van de Staten Generaal, namelijk het budgetrecht. Versterking van het beheer, de controle en de verantwoording van uitgegeven belastinggeld is belangrijk voor de VVD. Voor elke geïnde euro belastinggeld is uiteindelijk door elke Nederlander hard gewerkt. Van een verslapping van de Comptabiliteitswet mag geen sprake zijn.

Het gaat nu om een modernisering van de comptabiliteitswet. Modernisering is goed, maar laten we de goede zaken uit de oude wet ook behouden. En we moeten niet proberen om alle problemen, die we zien, op te lossen met de Comptabiliteitwet, want daar is het niet altijd het meest geschikte instrument voor.

Een vraag vooraf: wanneer wordt de nieuwe comptabiliteitswet aan de Tweede Kamer voorgelegd? En wanneer de 6e wijziging van de oude comptabiliteitswet?

Verbetering begrotingsproces

Allereerst verantwoordingsdag. Het kabinet wil de vaste “derde woensdag van mei” af schaffen. Verantwoordingsdag moet niet verworden tot een technisch debat dat enig moment kan plaatsvinden. Want onbekend maakt onbemind. Het moet een symbolische dag zijn waarin het kabinet niet alleen verantwoording aflegt aan het parlement, maar aan alle Nederlanders. Een herkenbare vaste dag (net als Prinsjesdag) moet daarom blijven.Het afleggen van verantwoording is belangrijk. Dan moet blijken wat de regering heeft bereikt, wat daarvoor is gedaan en wat dat heeft gekost. Het afleggen van verantwoording werkt financieel disciplinerend. Het beantwoord kort gezegd de vraag aan alle Nederlanders of hun belastinggeld wel goed is besteed. Is de minister bereid om een vaste verantwoordingsdag te handhaven?

Indien een begrotingswet nog niet is aangenomen voor 1 januari, geldt momenteel formeel nog het regime met de zogenaamde “4/12 regeling” [een minister heeft de beschikking over slechts 4/12e van het budget]. Voorgesteld wordt om in de Comptabiliteitswet op te nemen dat “de uitvoering van de begroting terughoudend dient plaats te vinden” en dat “nieuw beleid nog niet mag worden uitgevoerd”. Volgens de VVD bestaat het gevaar dat een dergelijke norm ruimer geïnterpreteerd zal worden. Ziet de minister dit risico ook? Moet het huidige beleid niet juist aangescherpt worden?

Vooruitlopende begrotingsinformatie

In de afgelopen jaren waren er vaak spoedeisende veelal financiële interventies (banken, eurocrisis, et cetera) die te elfder ure gedaan moesten worden. Deze tasten in feite het budgetrecht aan. De Commissie De Wit heeft hiervoor ook aanbevelingen. De informatiepositie van de Kamer moet worden versterkt.

Een procedure waarin de Kamer in spoedeisende situaties zo snel mogelijk (vertrouwelijk) geïnformeerd wordt over de budgettaire gevolgen van besluiten is goed. Wel moet duidelijk zijn dat voor de uiteindelijke goedkeuring van overheidsuitgaven, het gebruikelijke wetgevingstraject wordt doorlopen. Ook moet geborgd worden dat de vooruitlopende begrotingsinformatie alleen plaatsvindt in spoedeisende situaties en niet te pas en te onpas wordt gebruikt. Schending van het budgetrecht is het allerlaatste, alleen in noodgevallen. De VVD wil dan ook dat in de Comptabiliteitwet een duiding opgenomen wordt van ‘spoedeisende situaties’. Hoe ziet de minister dit? Is hij bereid dit in de nieuwe Comptabiliteitswet op te nemen? Hoe vindt de verantwoording achteraf plaats als er een schending van het budgetrecht heeft plaats gevonden, hierover heeft de Commissie de Wit II ook een aanbeveling gedaan. Overigens is de VVD het met het kabinet eens om dit niet wettelijk te verankeren, aangezien dit het afwijken van een parlementair recht op voorhand lijkt goed te keuren.

Horizonbepaling

Vorig jaar is mede op aandringen van de VVD een wettelijke horizonbepaling voor subsidieregelingen geïntroduceerd. Dit houdt in dat een subsidieregeling automatisch na maximaal vijf jaar vervalt. Indien een bewindspersoon een subsidieregeling toch wilt voortzetten, moet hiervoor expliciet met onderbouwing en evaluatie toestemming worden gevraagd aan de Tweede Kamer. Destijds is gekozen om de horizonbepaling in de ‘Aanwijzingen voor subsidieverstrekking’ op te nemen. Door de horizonbepaling wettelijk te regelen wordt de regeling echter veel meer in beton gegoten. En dat vindt de VVD beter dan een ministeriële regeling die relatief makkelijk gewijzigd kan worden. De Comptabiliteitswet is een geschikte plaats om de vervaldatum van 5 jaar wettelijk te regelen. De VVD wil daarom dat de horizonbepaling voor subsidieregelingen ook wettelijk in de Comptabiliteitswet wordt verankerd. Gaat de minister dit regelen in de 6e wijziging van de Comptabiliteitswet of in de nieuwe wet?

Europese dimensie

Het lijkt goed de nu al geldende afspraak ten aanzien van het Europese begrotingsproces, waarbij de begrotingsvoornemens al voor 30 april naar Brussel gestuurd moet worden, en de betrokkenheid van de Tweede Kamer daarbij te verankeren in de Comptabiliteitswet. Hoe kijkt de minister daar tegenaan? En hoe kijkt de minister aan tegen de discussie vanuit Europa om over te gaan van de kasstelsel naar een kosten-batenstelsel?

Budgetverantwoordelijkheid

Verder is er discussie over hoe om te gaan met de budgetverantwoordelijkheid van shared services of van een ministerie dat de uitvoering doet van beleid. Wat wil de minister daar voor gaan regelen, want in de hoofdlijnennotitie is dit de VVD nog niet volledig helder. Wat betekent in de praktijk dat de minister die verantwoordelijk is voor de uitvoering ook verantwoording aflegt? Bijvoorbeeld als het gaat om de huurtoeslag? Wat zijn de nadelen daarvan? Het lijkt logisch dat daar waar het geld staat ook de verantwoordelijkheid voor een goede besteding van het geld ligt.

Tot slot, nog een paar punten.

Om de Comptabiliteitswet flexibeler te maken, is er straks voor toevoeging of samenvoeging van onderdelen van de begrotingen is geen wetwijziging meer nodig. Hoe kijkt de minister aan tegen de vergelijkbaarheid van begrotingen door de jaren heen, door elkaar snel opvolgende wisselingen?

In de nieuwe Comptabiliteitswet wil de minister de bevoegdheden van de algemene rekenkamer uitbreiden. Kan de minister onderbouwen waarom die uitgebreid moeten worden? En wat dit betekent voor het budget van de algemene rekenkamer?

Waarom worden de uiterlijke indieningstermijn van de Voorjaarsnota en eerste suppletoire wetten geschrapt?

Het is belangrijk de onafhankelijke positie van de auditdienst en de directeuren FEZ te waarborgen. Hoe gebeurt dit in de nieuwe Comptabiliteitswet? Het lijkt er op dat Financiën straks het personeelsbeleid bij ministeries gaat bepalen. Dat laatste gaat ons te ver.