VVD-visie op staatsdeelnemingen

Het zal geen geheim zijn dat de VVD niet direct een groot voorstander is van staatsbedrijven. Staatsbedrijven zijn een verlengstuk van de overheid: de VVD is juist voor een kleinere overheid. VVD-Tweede Kamerlid Aukje de Vries: "Het uitgangspunt voor de VVD is dan ook geen staatsbedrijven, tenzij de publieke belangen niet via wet- en regelgeving geborgd kunnen worden of er sprake is van marktfalen. Dus alleen als het echt niet anders kan. Oneerlijke concurrentie en marktverstoring van staatsdeelnemingen mogen sowieso niet het geval zijn."

Spreektekst Aukje de Vries bij Notaoverleg Staatsdeelnemingenbeleid d.d. 3 februari 2014:

Voorzitter, het zal geen geheim zijn dat de VVD niet direct een groot voorstander is van staatsbedrijven. Staatsbedrijven roepen al snel de associatie op met het voormalige Oostblok: niet efficiënt en niet klantgericht, waarbij vooral de overheid bepaald wat goed voor de mensen is. Staatsbedrijven zijn een verlengstuk van de overheid: de VVD is juist voor een kleinere overheid. Want de VVD is ervan overtuigd dat de samenleving vol zit met eigen initiatief en ontzettend veel zelf kan organiseren, en vaak ook nog beter dan de overheid.

Wat de VVD betreft moeten er dan ook hele goede redenen zijn waarom de Nederlandse staat een bedrijf in bezit heeft, en het niet overlaat aan de markt. Het borgen van ‘publieke belangen’, zoals het kabinet nu voorstelt, kán een goed uitgangspunt zijn bij de keuze voor een staatsdeelneming. Maar ook dan past nog terughoudendheid. Want voldoende aanbod van brood of brandstof is ook een publiek belang, maar rechtvaardigt nog niet de nationalisatie van Bakker Bart of Shell. Alleen maar een groot strategisch belang voor de Nederlandse economie, dat het kabinet als toetspunt neemt, is op zichzelf dus ook nog niet voldoende reden. Het uitgangspunt voor de VVD is dan ook geen staatsbedrijven, tenzij de publieke belangen niet via wet- en regelgeving geborgd kunnen worden of er sprake is van marktfalen. Dus alleen als het echt niet anders kan.

Staatsdeelnemingen zijn voor de VVD dus alleen aan de orde als het publieke belang niet via wet- en regelgeving geborgd kan worden. Oneerlijke concurrentie en marktverstoring van staatsdeelnemingen mogen sowieso niet het geval zijn. De minister lijkt dat wel prima te vinden als er kostenefficiëntie mee behaald kan worden. Is de minister het met de VVD eens dat oneerlijke concurrentie en marktverstoring door staatsdeelnemingen moet worden voorkomen? Waarom is er volgens de minister wel aanleiding om een staatsdeelneming te hebben als het publieke belang via wet- en regelgeving geborgd kan worden? En is de minister bereid om voor de permanente staatsdeelnemingen te onderbouwen waarom de publieke belangen niet via wet- en regelgeving geborgd kunnen worden, want nu is dat voor de meeste nog volstrekt onduidelijk.

Dan is ook nog de vraag, hoe de borging van het publieke belang in een staatsdeelneming moet plaats vinden. Waarom zou een bedrijf als de Nederlandse Spoorwegen bijvoorbeeld vanuit strategisch belang 100% in overheidshanden moeten zijn, terwijl voor KLM 5,9% of uiteindelijk zelfs 0% voldoende wordt geacht. De omvang van de staatsdeelneming is vooral historisch bepaald en heeft momenteel te veel de schijn van willekeur. Kijk maar naar het Havenbedrijf Rotterdam, nog maar net een staatsdeelneming, en alleen maar omdat er financiering voor de 2e Maasvlakte moest komen, en nu is het zijn van een staatsdeelneming al een must. Kan de minister uitleggen wat zijn lijn en visie is? Het kabinet wil meerderheidsbelangen in permanente staatsdeelnemingen. Maar dat is nu bij lang niet alle permanente staatsdeelnemingen het geval, zie bijvoorbeeld KLM of Thales. Kan de minister daar nog eens uitgebreider op in gaan. Ook hoe het kabinet daar in de praktijk mee omgaat?

De VVD vindt het positief dat er een duidelijke lijst met tijdelijke en niet permanente staatsdeelnemingen is en dat er eenmaal per 7 jaar opnieuw naar de permanente staatsdeelnemingen wordt gekeken, waardoor ze feitelijk niet zo permanent meer zijn als de minister doet voorkomen. Maar de lijst van niet-permanente staatsdeelnemingen kan volgens de VVD uitgebreid worden met bedrijven die nu nog op de lijst met permanente staatsdeelnemingen staan. Op enkele specifieke staatsdeelnemingen zal ik nu verder ingaan.

De minister geeft aan dat met sommige staatsdeelnemingen grote strategische belangen voor de Nederlandse economie gemoeid zijn. En dat om deze reden het wenselijk kan zijn om invloed van de staat te behouden. De minister noemt in dit kader onder andere het Havenbedrijf Rotterdam, Schiphol en de NS.

De NS is in dit kader wat de VVD betreft een vreemde eend in de bijt. Bij de Haven en Schiphol heeft de Staat weliswaar een deelneming in de infrastructuur, maar vindt het niet nodig de boten die de haven binnen varen of de vliegtuigen die op Schiphol landen. Op het spoor echter, bezit de Staat niet alleen de infrastructuur (“het spoor”), maar bezit ook de treinen die erop rijden (zeg maar de boten en de vliegtuigen). En voorzitter, dit is eigenlijk vreemd. We zouden op zijn minst de vraag moeten stellen of dit noodzakelijk is.  

Deze analyse mist de VVD in de nota. Kan de minister deze alsnog geven? De ervaring met openbare aanbesteding en toenemende concurrentie in het openbaar vervoer is namelijk juist dat het heeft geleid tot een betere prijs-kwaliteitverhouding, lagere kosten en een grotere klanttevredenheid. Goed voor de reiziger dus!

De VVD wil op termijn juist meer concurrentie om het spoor en dus meer openbare aanbestedingen. Daar past een “permanent” staatsbedrijf niet bij. Waarom geldt wat voor bijvoorbeeld KLM geldt niet voor NS? De resterende aandelen KLM kunnen immers worden verkocht als de nationaliteitsvereisten van landingsrechten er niet meer zijn. Momenteel is de NS nog voor 100% in overheidshanden, maar opereert wél als een commerciële onderneming. De activiteiten van de NS bestaan nog maar voor circa 50% uit het vervoer op het hoofdrailnet. De NS opereert en concurreert in het buitenland. En NS zit ook in retail, horeca en vastgoed: activiteiten die niet bepaald als overheidstaak gezien moeten worden en heel goed aan de markt overgelaten kan worden. Waarom is dat volgens de minister geen oneerlijke concurrentie of marktverstoring? Het is natuurlijk prima als bedrijven uitbreiden en de wijde wereld in willen fietsen. Maar voor de VVD geldt dan wel dat dat zonder de zijwieltjes van de overheid moet gebeuren. Is de minister het eens dat vadertje Staat in het geval van de NS uiteindelijk niet beter een stap terug kan doen? Dat betekent dus inzetten op meer concurrentie om het spoor met meer kwaliteit, service en lagere kosten voor de reiziger? 

Voorzitter, waarom vinden veel partijen het blijkbaar noodzakelijk dat wij bepaalde infrastructuurnetwerken in handen hebben en andere niet, maar het daarnaast ook blijkbaar logisch vinden dat onze staatsbedrijven vrolijk infrastructuurnetwerken in het buitenland opkopen? Bij strategische infrastructuur hoeft de Nederlandse Staat wat de VVD betreft niet perse 100% van de aandelen te bezitten. En voorzitter, in feite vindt het kabinet dat ook als ik de stukken goed lees. Want men wil voor Gasunie en Tennet wel buitenlandse gecertificeerde netwerkbeheerders toestaan om aandelen te krijgen. Voor Gasunie en Tennet zou het wat de VVD betreft ook mogelijk moeten zijn voor private partijen om risicodragend te participeren. Het is tegenstrijdig dat het kabinet wel andere aandeelhouders wil toestaan, maar dan alleen buitenlandse gecertificeerde netwerkbeheerders. Maar waarom dan niet kiezen voor bijvoorbeeld Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars als investeerders? Zodanig dat de Nederlandse Staat straks niet moet bijpassen in de kapitaalbehoefte, want dat kan de VVD niet uitleggen in een tijd van grote bezuinigingen.

Voorzitter, voor Urenco is inmiddels al een zorgvuldig traject ingezet. De Staat heeft verder ook 1% van de Thales-aandelen. Als het publieke belang het ‘behoud van de defensie-industrie voor Nederland’ een valide argument is, dan zou dat voor veel meer bedrijven kunnen gelden. Wat de VVD betreft moet hier onderzocht worden of eventuele publieke belangen via wet- en regelgeving goed geborgd kunnen worden. Is de minister bereid dit te doen?

Voorzitter, het Rijk is ook aandeelhouder in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) en de Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO). De reden is dat deze banken zo in staat zijn om hun financiering relatief goedkoop aan te bieden. Voor de VVD is dat een rare reden, dit zou dan immers voor heel veel zaken gelden, zoals hypotheken of MKB kredietverlening. En daarvan geeft de minister terecht aan dat het een zaak van de markt is. Waarom dan hier deze redenering?

OVERIGE ASPECTEN

Het ministerie van Financiën heeft de rol van aandeelhouder bij staatsdeelnemingen. Voor de VVD geldt dan ook, zowel de lusten als de lasten.c.q. beleidsbeslissingen geldt ook niet dat het ministerie dan de lagere winst of het dividend vergoedt.

Verder lijkt het onderscheid tussen staatsdeelnemingen en beleidsdeelnemingen wat gekunsteld. Een kleine overheid blijft voor de VVD het uitgangspunt. Maar als je besluit tot overheidsingrijpen, maak dan duidelijke keuzes. Of een organisatie is een echte staatsdeelneming, of je wilt zoveel grip hebben op een de organisatie dat een keuze dichtbij of binnen het ministerie logischer is. Hoe ziet de minister dit? Wat zijn de mogelijkheden om het onderscheid tussen staatsdeelnemingen en beleidsdeelnemingen te laten varen? Waarom niet de beleidsdeelnemingen geheel of gedeeltelijk ook gewoon onderbrengen bij het ministerie van Financiën?

De minister wil ook meer grip en invloed op de staatsdeelnemingen door meer mee te praten over investeringen, strategie, benoemingenbeleid en beloningsbeleid. Wat de VVD betreft moet dit niet verder gaan dan de normale rol van aandeelhouder en vergelijkbaar zijn met wat in de rest van de sector gebruikelijk is. Bemoeienis vanuit de overheid met investeringen is in het verleden ook niet altijd een succes gebleken, kijk maar naar de investering van Gasunie in Duitsland, 2,5 miljard euro verlies. De VVD wil graag weten hoe de Tweede Kamer wordt geïnformeerd over het vast te stellen normrendement en de grens voor investeringsbeslissingen. De VVD wil zeker voor de laatste voorkomen dat deze te laag komt te liggen en leidt tot betutteling van de bedrijven. Je kiest voor de vorm van onderneming, zodat die ook gewoon kan ondernemen.

Tot slot, voorzitter, de vragen over de SSCS BV, ofwel de zeekabel op de Antillen, zijn recent beantwoord zijn. Dit is een nieuw gestarte staatsdeelneming en is nog niet opgenomen in het beleid of het jaarverslag. Het toont aan dat vakministeries maar wat doen met beleidsdeelnemingen. Was de minister hiervan wel op de hoogte? De VVD wil graag zicht op alle financiële aspecten verbonden met de verschillende overdrachten, want daar is nu nog absoluut geen zicht op. En de VVD wil de garantie dat in het vervolg nieuwe deelnemingen altijd worden voorgelegd aan de Tweede Kamer.