Schriftelijke vragen over crowdfunding

VVD-Tweede Kamerleden Aukje de Vries en Anne Wil Lucas hebben schriftelijke vragen gesteld aan de ministers van Economische Zaken en Financiën over crowdfunding. Dit naar aanleiding van het MT-artikel '5 nieuwe smaken voor crowdfunding'.  Ze willen van de beide ministers weten hoe het gesteld is met de ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding, en vooral welke belemmeringen er zijn voor het verder van de grond krijgen van crowdfunding als alternatieve financieringswijze. De VVD ziet veel kansen voor crowdfunding, maar daarvoor moeten de regelgeving, de vergunningverlening en het toezicht wel toereikend en voldoende duidelijk zijn voor de initiatiefnemers. Ook wil de VVD weten wat de ministers doen om crowdfunding onder de aandacht te brengen bij bedrijven en investeerders.

Antwoorden >>

Schriftelijke vragen van de leden Lucas en Aukje de Vries (beiden VVD) aan de ministers van Economische Zaken en Financiën over crowdfunding.

1.
Bent u bekend met het artikel http://www.mt.nl/332/85400/business/5-nieuwe-smaken-voor-crowdfunding.html, waarin nieuwe ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding aan de orde komen?

2.
Hoeveel crowdfunding-platforms hebben inmiddels een vergunning dan wel ontheffing van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en voor wat voor type crowdfunding? Wat is in dezen het verschil tussen een vergunning en een ontheffing voor het platform als voor de particuliere investeerders?In hoeverre is er op dit moment voldoende zekerheid en duidelijkheid voor initiatiefnemers van crowdfunding en voor mensen die investeren in crowdfunding als het gaat om de regelgeving en vergunningverlening, met name ook als het gaat om een ontheffing? 

3.
Welke belemmeringen zijn er op dit moment als het gaat om het verder van de grond krijgen van crowdfunding als alternatieve financieringsvorm (ook als het gaat om de regelgeving)? Om welke belemmeringen en om welke regelgeving gaat het bij crowdfunding in de passage in het Regeerakkoord over alternatieve financieringsvormen als gesproken wordt over het ‘wegnemen van belemmeringen in de regelgeving’? Welke oplossingen zijn er om deze belemmeringen in de regelgeving weg te nemen? Wat wordt hier op dit moment concreet aan gedaan? 

4.
Welke Europees regelgeving is relevant voor crowdfunding? In hoeverre biedt Europese regelgeving voldoende mogelijkheden voor crowdfunding, ook omdat bij kredietunies daar toch belemmeringen zijn (bijvoorbeeld via de Capital Requirements Directive IV)? Hoe wordt in andere Europese landen gewerkt aan het verder mogelijk maken van crowdfunding? Wat leert Nederland daarvan? Loopt Nederland voor of achter ten opzichte van andere Europese landen?

5.
Zijn de initiatiefnemers voor crowdfunding op dit moment van mening dat de regelgeving, de vergunningverlening, het toezicht, etc. op dit moment toereikend en/of duidelijk genoeg zijn? Zo nee, waarom niet en op welke punten niet en wat wordt daar aan gedaan? Zo ja, hoe vindt overleg plaats  met de marktpartijen voor crowdfunding over deze aspecten? 

6.
Wat is de onderbouwing c.q. reden van de huidige maxima voor investeerders in crowdfunding (zoals 40.000 euro voor lending platforms en 20.000 euro voor equity crowdfunding)? In hoeverre is aanpassing hiervan wenselijk?

7.
In hoeverre is er de mogelijkheid voor maatwerk als het gaat om crowdfunding? En in hoeverre is er voldoende ruimte om in te spelen op nieuwe en/of andere vormen, zoals equity based crowdfunding? Welke vormen van crowdfunding zijn op dit moment mogelijk in Nederland en welke niet?

8.
Op welke wijze zet u zich momenteel in om crowdfunding onder de aandacht te brengen van bedrijven en van investeerders? In welke mate is er een stijgende bekendheid onder deze groepen met het fenomeen crowdfunding?