Implementatiewet kapitaalsvereisten: gelijke risico's, gelijke buffers

De VVD wil een vrije, stabiele en dienstbare bankensector. De band tussen de overheid en de financiële sector moet worden doorgesneden, zodat de belastingbetaler niet nog een keer banken moet redden. De VVD heeft daarnaast ook oog voor het gelijke speelveld en de overregulering in de sector én natuurlijk de kredietverlening. De VVD is voor het verhogen van de kapitaalbuffers van de banken die bijdragen aan een stabiele bankensector. Daarbij is het belangrijk dat banken bij een gelijk risico, ook gelijke buffers aan moeten houden. In Nederland, maar ook binnen Europa. Daar horen geen extra koppen op Europese regelgeving bij.

Dit jaar komen er nog meerdere onderzoeken voor de financiële sector, allereerst over de kredietverlening, de stapeling van regelgeving (heffingen, belastingen en buffers) en overregulering en administratieve rompslomp in de financiële sector. De Nederlandsche Bank heeft recent aangegeven dat bij een groei van 1% er problemen zijn bij de kredietverlening. En er zijn al grote problemen bij het MKB, maar ook in de zorg als het gaat om de financiering. De DNB roept zelfs om een actieplan voor het MKB. De VVD wil eerst de uitkomsten afwachten, voordat er een besluit genomen wordt over het invullen van een lidstaatoptie (extra kop op Europese regelgeving), waarbij een extra buffer voor Nederlandse banken wordt ingesteld (de systeemrisicobuffer), die niet in alle andere Europese landen worden ingevoerd. Daarom heeft de VVD een amendement ingediend. Dat is noodzakelijk omdat anders deze extra buffer al in de wet is opgenomen.

De minister wil verder de sector banken BNG en NWB, waar de Nederlandse Staat aandeelhouder van is, mogelijk uitsluiten van sommige kapitaalsvereisten. De VVD vindt dit niet wenselijk in verband met een gelijk speelveld en oneerlijke concurrentie. BNG en NWB hebben al voordeel op de kapitaalmarkt omdat de overheden aandeelhouder zijn.

In de stukken wordt uitgebreid ingegaan op de administratieve lasten en inhoudelijke nalevingskosten. De cruciale vraag is natuurlijk of de administratieve lasten en inhoudelijke nalevingskosten zo laag mogelijk worden gehouden en kunnen worden vereenvoudigd. Naast deze wetgeving zijn de kosten voor toezicht al verdrievoudigd en valt de overheidsbijdrage aan financieel toezicht weg.

Dan de risicoweging van banken met betrekking tot obligaties en leningen. De VVD wil dat er een realistische risicowging is van staatsobligaties (deze hebben nu allemaal verplicht een risico van 0%, ook die van bijvoorbeeld Griekenland) en de gesecuritiseerde leningen (pakketten leningen, die nu vaak met een te hoog riscio worden ingeschat).

CRR en CRD IV

Na de financiële crisis is er veel wet- en regelgeving voorgesteld zodat banken niet meer gered hoeven worden door de belastingbetaler. De implementatiewet is een uitwerking van Europese afspraken in nationale wetgeving. Met het voorliggende wetsvoorstel worden aanpassingen voorgesteld om de richtlijn Capital Requirements Directive IV (CRD IV) en de verordeningCapital Requirements Regulation (CRR) te implementeren. Hierdoor worden de afspraken van het Basel III-akkoord en regels over het verder harmoniseren van het prudentiële toezicht op banken en beleggingsondernemingen geïmplementeerd.

De verordening CRR heeft directe werking per 1 januari 2014, en stelt de kwalitatieve en kwantitatieve eisen aan het kapitaal vast, inclusief een kapitaalconserveringsbuffer, een contracyclische buffer en liquiditeitseisen. Bij de verordening is er geen (beleids-)keuze voor een land door de directe werking, de richtlijn moet een land nog vertalen in wetgeving en daarin moet dus ook de keuze worden gemaakt of eventuele lidstaatopties gebruikt worden.

In CRD IV worden de volgende zaken geregeld:

  • Voorschriften voor de samenstelling van de Raad van Bestuur en de selectie van leden, vereiste van diversiteit ter vergroting van de deskundigheid en de onafhankelijke risicomanagementfunctie;
  • Systeemrisicobuffer als lidstaatoptie en systeemrelevantiebuffer;
  • Op het gebied van beloningsbeleid: bonusplafond van 100% van de vaste beloning. Het kabinet komt nog met een apart wetsvoorstel beloningsbeleid om een bonusplafond van 20% in te voeren, conform het regeerakkoord;
  • Verplichting tot het opstellen van herstel- en afwikkelingsplannen;
  • Meer handhavingsbevoegdheden voor de prudentiële toezichthouder (hogere boetes) en strengere transparantie-eisen.

Hoewel deze implementatiewet vooral een omzetting van EU-wetgeving in nationale wetgeving is, vult het kabinet wel bewust één lidstaatoptie die wordt gegeven in CRD IV in: het kabinet heeft besloten om ook systeemrisicobuffers in te stellen voor de grootste Nederlandse banken.

Wet financieel toezicht – toezichtvertrouwelijke informatie

De Wet financieel toezicht wordt daarnaast aangepast om de Algemene Rekenkamer de mogelijkheid te geven om toezichtvertrouwelijke informatie te krijgen van de DNB en AFM. De VVD is voor de voorgestelde wijziging, omdat het takenpakket niet verder wordt uitgebreid en de toezichthouders hierdoor met minder administratieve lasten te maken krijgen. De VVD vraagt zich wel af of doelmatigheidsonderzoek straks nog wel op een goede manier mogelijk is als de Europese Centrale Bank (ECB) het Europese bankentoezicht gaat doen. De VVD wil verder niet dat de Algemene Rekenkamer de mogelijkheid te pas en te onpas gebruikt, aangezien ze zelf de noodzaak bepalen. De Raad van State waarschuwt verder voor uitstralingseffecten op andere terreinen van deze wijziging. De VVD vindt dit onwenselijk en wil het beperkt houden tot dit specifieke onderdeel. En de VVD wil weten of deze wetswijziging die breder is dan de doelgroep van de CRD IV (banken en sommige beleggingsondernemingen) niet in strijd is met andere Europese wet- en regelgeving.