Schriftelijke vragen over uitzondering provisieverbod

In het Financieele Dagblad van 22 april jl. verscheen een artikel over de door minister Dijsselbloem voorgestelde uitzondering op het provisieverbod. In zijn voorstel hoeven banken geen kosten in rekening te brengen als zij een klant adviseren die problemen heeft met het betalen van zijn hypotheek. In de sector bestaat echter de angst dat er misbruik van deze uitzondering gemaakt zal worden. Reden voor VVD-Tweede Kamerlid Aukje de Vries om schriftelijke vragen te stellen aan de minister van Financiën.

Antwoorden >>

 

Schriftelijke vragen van het lid Aukje de Vries (VVD) aan de Minister van Financiën over uitzondering provisieverbod

1.
Kent u het bericht “Financiële sector verdeeld over hulp aan klant in nood” uit het Financieele Dagblad van 22 april 2014?

2.
Banken, verzekeraars en intermediairs willen de hypotheekklant in nood helpen, maar wat vindt de minister van het feit dat zij misbruik vrezen als het gaat om de huidige oplossing? In hoeverre is dit (on)terecht en kan de minister dat onderbouwen? Welk risico bestaat dat het provisieverbod wordt omzeild met de nieuwe regels? Welke alternatieve voorstellen hebben de partijen in de consultatieronde gedaan en waarom zijn deze niet overgenomen?

3.
Waarom vindt de minister de omschrijving van begrippen als “betalingsachterstand” en “voorzienbare achterstand” voldoende duidelijk, ze lijken voor meerdere en bredere uitleg vatbaar? Welke mogelijkheden zijn er om de begrippen duidelijker te formuleren? Waarom is daar geen gebruik van gemaakt?

4.
Aan welke voorwaarden moet men voldoen bij het gebruik maken van deze uitzondering? In hoeverre wijken deze af van de voorwaarden van de oude regels die golden voor het provisieverbod? In hoeverre moet de hoogte van de provisie in de nieuwe regels expliciet transparant worden gemaakt?

5.
Welk risico is er dat er sprake kan zijn van dubbel betalen, aangezien een adviseur nog doorlopende provisie ontvangt op producten die voor 1 januari 2013 zijn afgesloten? Waarom is het ondervangen daarvan niet in het voorstel verwerkt?

6.
In hoeverre kan de Autoriteit Financiële Markten (AFM) de nieuwe regelgeving goed en effectief controleren?

7.
Het betreft hier een kleine aanpassing van het provisieverbod; wanneer wordt het provisieverbod in zijn totaliteit geëvalueerd?