Bonusbeleid financiële sector: VVD bezorgd over vestigingsklimaat

De VVD wil falende en frauderende bankiers aanpakken. Daarom is de VVD voorstander van het verplicht terughalen van bonussen en vertrekvergoedingen als bankiers verantwoordelijk zijn voor grote verliezen, gewoon niet doen wat ze moeten doen, en er dus een potje van maken. De VVD is verder bezorgd over de effecten van de wet en het ongelijke speelveld dat wordt gecreëerd. De VVD ziet het liefst dat ondernemingen die in Nederland actief zijn allemaal aan dezelfde regels voor bonussen moeten voldoen. En dat bedrijven in het buitenland aan de daar geldende regels moeten voldoen. Daar is met deze wet geen sprake van.

BNR "Kritiek VVD op bonuswet Dijsselbloem" >>

NU.nl "Kritiek VVD op bonuswet Dijsselbloem" >>

Financieele Dagblad: "Uitzondering bonusregels geschrapt bij misbruik" >>

Spreektekst Wet Beloningsbeleid Financiële Ondernemingen (Wbfo)

Voorzitter, de kritiek op dit wetsvoorstel is niet mals. Is de wetgeving wel proportioneel? Is de wetgeving niet prematuur? Is er geen waterbedeffect, zodat de vaste salarissen gewoon stijgen? Hoe zit het met het gelijke speelveld? Welke gevolgen heeft dit voor ons vestigings-klimaat en de concurrentiepositie van ons bedrijfsleven? Gaat het straks geen banen kosten?

De VVD heeft in het regeerakkoord afgesproken dat de hoogte van de maximale beloning binnen de financiële sector wettelijk wordt vastgelegd op 20% van de vaste beloning. De VVD staat natuurlijk voor die afspraak. Maar dat wil niet zeggen dat we niet kritisch hebben gekeken naar de invulling in deze wet en de effecten.

Voorzitter, laat helder zijn, de VVD wil falende en frauderende bankiers hard aanpakken. De VVD is daarom ook voorstander van het verplicht terughalen van bonussen en vertrekvergoedingen als bankiers verantwoordelijk zijn voor grote verliezen, gewoon niet doen wat ze moeten doen, en er dus een potje van maken. Vooral kleinere bedrijven vragen zich echter nog wel af wie verantwoordelijk is voor het terughalen als een bedrijf wordt overgenomen. Dit zien we natuurlijk nogal eens bij adviseurs en bemiddelaars. Ziet de minister ook het risico dat straks alleen de portefeuille van zo’n bedrijf wordt overgenomen en niet meer het bedrijf én personeel?

De VVD is ook tegen persverse prikkels in het beloningsbeleid. Dit wordt vooral bepaald door de criteria waaraan de bonus wordt gekoppeld. Korte termijn financiële doelen kunnen leiden tot onverantwoorde risico’s. Maar prestatiecriteria als klanttevredenheid, klantbelang of lange termijn financiële doelen niet. Het is dan ook goed dat deze perverse prikkels eruit gehaald zijn.

Voorzitter, in het wetsvoorstel heeft de minister inmiddels behoorlijk wat uitzonderingen moeten opnemen om het nog een beetje werkbaar en redelijk te maken. Maar de wet heeft nog steeds vreemde en oneerlijke effecten.

Een goede en gezonde financiële sector in Nederland is van belang voor de economische groei en banen. Te afhankelijk zijn van het buitenland is niet goed. Strengere regels dan elders en koppen op Europese regelgeving in Nederland zijn van invloed op de concurrentiepositie van de Nederlandse financiële instellingen, het gelijke speelveld en het Nederlandse vestigingsklimaat. Willen bedrijven zich ergens vestigen dan moet de overheid, voorspelbaar, betrouwbaar en redelijk zijn. Financiële ondernemingen vinden Nederland inmiddels behoorlijk onvoorspelbaar en vergaand als het gaat om de regelgeving. Terwijl juist nu concurrentie broodnodig is. De minister gaat hier wat de VVD betreft makkelijk aan voorbij. De Raad van State vraagt zich ook openlijk af of deze extra regelgeving wel proportioneel is en niet prematuur is gelet op alle regelgeving die recent al is geïmplementeerd. De VVD wil daarom een evaluatiebepaling opnemen in de wet, zodat in 2017 wordt gekeken naar de realisatie van de beoogde effecten en de gevolgen voor de concurrentiepositie en het vestigingsklimaat.

Eén ding is duidelijk: deze wet zorgt voor een ongelijk speelveld en oneerlijke concurrentie. De VVD zou het liefst zien dat ondernemingen die in Nederland actief zijn allemaal aan dezelfde regels voor bonussen moeten voldoen. En dat bedrijven in het buitenland aan de daar geldende regels moeten voldoen. Daar is met deze wet geen sprake van.

In Nederland vallen Nederlandse ondernemingen en bijkantoren van buitenlandse ondernemingen met de hoofdvestiging buiten Europa onder het bonusbeleid. Maar … buitenlandse ondernemingen met een hoofdvestiging in Europa weer niet, daarvoor gelden de Europese regels. Vanwege de Europese wederkerigheid lijkt het niet mogelijk om dit aan te passen. Graag een bevestiging van de minister! Want de VVD vindt dit een heel wrang neveneffect van een kop op Europese regelgeving.

De VVD vindt dat dochterondernemingen in het buitenland niet onder het Nederlandse bonusbeleid zouden moeten vallen. Een Nederlandse dochteronderneming in Polen, New York of Azië zou onder de daar geldende regels moeten vallen. Want daar concurreren ze. Is het mogelijk om Nederlandse dochterondernemingen in het buitenland uit te zonderen van het Nederlandse bonusbeleid? Er zijn uitzonderingen voor personen die hoofdzakelijk werkzaam zijn in het buitenland. Gaat het hierbij ook om personen die werkzaam zijn bij Nederlandse dochterondernemingen in het buitenland? En waarom geldt voor die groep als uitzondering net weer een andere regeling dan de Europese regels? Waarom wordt daar niet bij aangesloten?

Voor bedrijven die als hoofdactiviteit geen financiële onderneming zijn maar wel activiteiten hebben in de financiële sector geldt dat de bonusregels alleen van toepassing zijn op de financiële onderdelen. Dat is logisch, maar hoe werkt het in het omgekeerde geval? Namelijk dat de hoofdactiviteit financieel is, maar er ook andere activiteiten zijn. Gelden de bonusregels dan ook voor de niet-financiële activiteiten?

Voorzitter, tot slot nog kort een aantal andere zaken.

Deze wet gaat verder dan de Wet Werk en Zekerheid als het gaat om vertrekvergoedingen. Dat bij verwijtbaar te kort schieten of falen van de onderneming geen vertrekvergoeding kan worden gegeven, lijkt de VVD evident. Falende bankiers moeten niet worden beloond! Maar voor het overige ziet de VVD niet in waarom er afgeweken moet worden van deze wet. Waarom wil de minister dat wel?

Op dit moment zijn er al afzonderlijke en bijzondere publicatieverplichtingen voor de financiële sector in de EU-verordening kapitaalsvereisten en in het Burgerlijk Wetboek voor de jaarrekening van banken, verzekeraars en beleggings-ondernemingen. De VVD ziet niet echt de noodzaak om dit uit te breiden naar alle financiële ondernemingen. Dit raakt vooral ook de kleinere bedrijven in de sector en levert onduidelijkheid op. Waarom wil de minister dit wel?

De minister heeft in de wet een uitzondering opgenomen voor een holding die hoofdzakelijk in het buitenland actief is. Daarbij wordt de grens gelegd bij 75% van de activiteiten in het buitenland. De VVD wil het voor holding-maatschappijen niet onaantrekkelijk maken om zich in Nederland te vestigen of gevestigd te blijven. Waarom ligt de grens op 75% en niet bijvoorbeeld op 50%?

Falende bankiers moeten hard aangepakt worden. In de clawback-regeling in het Burgerlijk Wetboek lijkt een onrechtvaardige regeling te zitten, namelijk dat waardestijgingen van aandelen en opties in de periode rond overnamesituaties in mindering worden gebracht op het vaste salaris van de bestuurders in de financiële sector. Dat heeft niks met slecht presterende bankiers te maken. Wat vindt de minister hiervan?

Tot slot. In de Wet bankenbelasting wordt ook iets gezegd over de variabele beloning. De VVD vraagt zich af of deze wet door de minister ook nog gewijzigd gaat worden en afgestemd gaat worden op de wet waar we nu over spreken.