Schriftelijke vragen over aanbesteding spoor Limburg

De aanbesteding voor het regionale spoor in Limburg is gewonnen door Abellio een dochteronderneming van staatsdeelneming NS. Over deze aanbesteding is veel te doen, onder andere vanwege onderzoek van de Autoriteit Consument en Markt. Oneerlijke concurrentie en marktverstoring door staatsdeelneming kan wat de VVD betreft niet. Naar aanleiding van de beantwoording van eerdere schriftelijke vragen over de aanbesteding van het OV in Limburg hebben de VVD-Tweede Kamerleden Betty de Boer (OV) en Aukje de Vries (staatsdeelnemingen) aanvullende vragen gesteld.

Antwoorden >>

Schriftelijke vragen van de leden Aukje de Vries en De Boer (beiden VVD) aan de minister van Financiën en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu naar aanleiding van beantwoording van Kamervragen over het winnen van de aanbesteding in Limburg door Abellio.

 

1.

 

Bent u bereid om de eerder gestelde aanvullende schriftelijke vragen over de aanbesteding  d.d. 3 maart 2015 (n. a.v. artikel “marktwerking wordt vies woord”) tegelijk met de hierna gestelde vragen te beantwoorden?

 

2.

 

Waarom heeft NS met een speciaal daarvoor opgerichte Abellio Limburg B.V. ingeschreven op de openbaarvervoersconcessie in Limburg? Heeft de aandeelhouder toestemming gegeven voor het oprichten van deze nieuwe BV door NS? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is daarbij de afweging geweest?

 

3.

 

Waarom kan niet bevestigd of ontkend worden dat het voor Abellio Limburg B.V. als dochter van NV NS mogelijk is om een goedkopere bieding te doen, want het gaat hier toch om een aanbesteding waarbij een 100% staatsbedrijf meedingt in een markt met commerciële partijen?

 

4.

 

Hoe kijkt de minister aan tegen transparantie door een 100% staatsbedrijf dat meedingt in een markt met commerciële partijen, zeker ook gelet op het aanbestedingstraject van het Fyra-debacle?

 

5.

 

In hoeverre is er bij de aanbesteding in Limburg door NS sprake van financieel waardebehoud met behulp van een normrendement en het streven naar gezonde vermogensverhoudingen?

 

6.

 

Is de investering door NS via Abellio Limburg B.V. besproken met de aandeelhouder? Zo ja, wat is de afweging van de aandeelhouder geweest om in te stemmen met de investering? Zo nee, waarom is deze investering niet besproken? Wat zijn de kosten en baten van deze investering? In hoeverre is er een lager rendement afgesproken dan het gehanteerde normrendement?

 

7.

 

Is er sprake van kruissubsidiering van deze activiteit van Abellio door andere activiteiten van moederconcern NS, want in de antwoorden op dezelfde eerder gestelde vraag wordt alleen verwezen naar andere concessies en niet naar de onderhavige concessie?

 

8.

 

Waarom is niet bekend of NS financieringsarrangementen, garanties en dergelijke heeft gesteld voor Abellio Limburg B.V., zoals gemeld in de antwoorden op de eerdere vragen? Bij wie zijn eventuele NS garanties wel bekend, want eerder heeft de aandeelhouder wel open gecommuniceerd over garanties van NS aan dochterondernemingen richting de Tweede Kamer? En nogmaals welke financieringsarrangementen, garanties en dergelijk zijn er vanuit het moederconcern NS met Abellio Limburg B.V.?

 

9.

 

In hoeverre draagt Abellio Limburg B.V. bij aan de rendementseis van NV Nederlandse Spoorwegen? Kan er een overzicht gegeven worden van het rendement van de verschillende bedrijfsonderdelen, dochterondernemingen en deelnames van NV Nederlandse Spoorwegen?

 

10.

 

Wat is het verschil in de arbeidsvoorwaarden tussen NS en Abellio? Klopt het dat personeel van Abellio niet onder een CAO valt waardoor deze component in de aanbesteding voordeliger uitpakt voor Abellio ten opzichte van de NS? Graag een toelichting

 

11.

 

Bent u bereid de vragen te beantwoorden voor het eerstvolgende AO Staatsdeelnemingen?